Handgeschreven verzoekschrift/brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift/brief. 1941 (afgeleid van stempel/kenmerk "M. 1941"). H. J. Hoekstra, wonende aan de Lauriergracht 128 I- hoog te Amsterdam. [Linksboven in potlood/stempel:] Nº 25/53/1 M. 1941 1/4
[Rechtsboven in potlood:] m. hulp
U WelEd Heer
Daar het momenteel voor mij onmoge-
lijk is op de Alb Cuypmarkt mijn brood
te verdienen met ongeregelde kruideniers-
waren en aanverwante artikelen en ik
op heden niet weet met welk artikel ik
de markt zou kunnen gaan bezoeken,
verzoek ik U WelEdG. beleefd mij drie
maanden uitstel van plaats ~~bezetten~~
te verleenen, zoodat ik mij in dien tijd
zal trachten in te stellen op andere arti-
kelen.
Hoogachtend
H. J. Hoekstra
Lauriergracht 128 I/c
Stad * Kernboodschap: De schrijver, H.J. Hoekstra, vraagt een tijdelijke ontheffing (uitstel) van drie maanden voor zijn vaste plek op de Albert Cuypmarkt. Hij kan momenteel geen inkomen genereren met zijn huidige assortiment ("ongeregelde kruidenierswaren") en heeft tijd nodig om zijn handel aan te passen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in een zeer formele en beleefde stijl, kenmerkend voor correspondentie met overheidsinstanties in de eerste helft van de 20e eeuw (gebruik van "U WelEd Heer" en "U WelEdG.", zijnde Weledelgestreng).
* Opvallende details: De term "ongeregelde kruidenierswaren" duidt waarschijnlijk op een divers en ongespecificeerd aanbod van levensmiddelen. Het doorgehaalde woord "bezetten" suggereert dat de schrijver zocht naar de juiste term voor het behoud van zijn standplaats zonder deze daadwerkelijk in te nemen. * Historische periode: De brief dateert uit het voorjaar van 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Sociaal-economisch: In deze periode werd de schaarste aan goederen steeds nijpender door distributie en rantsoenering. Dit verklaart waarom Hoekstra zijn "brood niet meer kan verdienen" met zijn oude handel; bepaalde waren waren simpelweg niet meer leverbaar of de handel erin was zwaar gereguleerd.
* Locatie: De Albert Cuypmarkt was ook toen al een centrale plek voor de Amsterdamse daghandel. De Lauriergracht bevindt zich in de Jordaan, wat aangeeft dat de schrijver een lokale Amsterdamse kleine zelfstandige was. Het verzoek om uitstel toont de overlevingsdrang van marktlui die hun vergunning niet wilden verliezen terwijl zij probeerden hun nering aan te passen aan de oorlogseconomie.