Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 442
Jaar 1941
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie).

Van: L.H. Blanken, wonende aan de 2e Jacob van Campenstraat 126 I, Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift/correspondentie). L.H. Blanken, wonende aan de 2e Jacob van Campenstraat 126 I, Amsterdam ("Alhier"). Moerkerken het verzoek gedaan
mij weder in het bezit te stellen
van deze oude voorkeurskaart.
Genoemde chef deelde mij mede
dit verzoek schriftelijk aan den
Heer Directeur te doen zoodat
ik mij thans tot u wend om mij
bij uitzondering weder aan
voorkeurskaart no 10 te willen helpen.
Het nummer wat mij kort geleden
werd verstrekt is ev nr 759.
In afwachting beleefd dankend
L.H. Blanken
2e Jac v Campenstr
126 I
Alhier * Inhoud: De schrijver (L.H. Blanken) richt zich tot een directeur naar aanleiding van een gesprek met een zekere "Moerkerken" (vermoedelijk een afdelingschef). Blanken verzoekt om bij uitzondering weer in het bezit te worden gesteld van een specifieke "oude voorkeurskaart" met nummer 10. Er wordt ook verwezen naar een recenter verstrekt nummer (759).
* Schrift: Een vlot, geoefend cursief handschrift uit de vroege 20e eeuw. De spelling is deels verouderd ("den Heer", "zoodat").
* Status: Het betreft een formeel, doch dringend verzoek. De term "Alhier" onder de adresgegevens duidt erop dat de brief binnen dezelfde stad (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de straatnaam) is verstuurd of afgeleverd. De term "voorkeurskaart" duidt vaak op een document dat recht geeft op prioriteit of een specifieke toewijzing, veelal in tijden van schaarste of binnen een distributiesysteem (zoals voor brandstof, levensmiddelen of vervoersdiensten). Gezien het adres (2e Jacob van Campenstraat in de Amsterdamse Pijp) en de toon, lijkt dit een administratieve kwestie bij een gemeentelijke instantie of een groot nutsbedrijf. De brief illustreert hoe burgers via schriftelijke weg en persoonlijke bemiddeling ("Genoemde chef deelde mij mede...") probeerden hun recht op bepaalde voorzieningen terug te krijgen.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver (L.H. Blanken) richt zich tot een directeur naar aanleiding van een gesprek met een zekere "Moerkerken" (vermoedelijk een afdelingschef). Blanken verzoekt om bij uitzondering weer in het bezit te worden gesteld van een specifieke "oude voorkeurskaart" met nummer 10. Er wordt ook verwezen naar een recenter verstrekt nummer (759).
  • Schrift: Een vlot, geoefend cursief handschrift uit de vroege 20e eeuw. De spelling is deels verouderd ("den Heer", "zoodat").
  • Status: Het betreft een formeel, doch dringend verzoek. De term "Alhier" onder de adresgegevens duidt erop dat de brief binnen dezelfde stad (zeer waarschijnlijk Amsterdam, gezien de straatnaam) is verstuurd of afgeleverd.

Historische Context

De term "voorkeurskaart" duidt vaak op een document dat recht geeft op prioriteit of een specifieke toewijzing, veelal in tijden van schaarste of binnen een distributiesysteem (zoals voor brandstof, levensmiddelen of vervoersdiensten). Gezien het adres (2e Jacob van Campenstraat in de Amsterdamse Pijp) en de toon, lijkt dit een administratieve kwestie bij een gemeentelijke instantie of een groot nutsbedrijf. De brief illustreert hoe burgers via schriftelijke weg en persoonlijke bemiddeling ("Genoemde chef deelde mij mede...") probeerden hun recht op bepaalde voorzieningen terug te krijgen.