Getypte brief (doorslag/kopie), pagina 2.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie), pagina 2. 6 oktober 1941. De Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No.25/58/9 M. d.d. 6 October 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Aan adressant kan deze plaats echter evenmin worden toegewezen. Hij handelt op de markt namelijk in groenten en de winkelier Dekker heeft in den meergenoemden brief van den Wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 23 December 1933 de toezegging ontvangen, dat de betreffende plaats niet door een koopman met groente zal worden bezet.
Ik kan hieraan nog toevoegen, dat het vooralsnog niet in mijn bedoeling ligt om de onderhavige plaats te zijner tijd (wanneer de weduwe Werkendam zou bedanken) aan Dekker toe te wijzen, hoewel hiertoe wellicht voldoende motieven zijn aan te voeren.
Dat adressant door de gevolgde gedragslijn zou worden benadeeld, moet ik ten stelligste ontkennen; er zijn, in verband met de moeilijke tijdsomstandigheden zoovele plaatsen beschikbaar, dat ook adressant regelmatig aan een goede plaats kan worden geholpen. Ik merk hierbij echter op, dat hij sedert eenige weken de markt aan de Albert Cuypstraat niet meer bezoekt en momenteel gebruik maakt van de hem verleende standplaatsvergunning aan het Weteringplantsoen (vergunning d.d. 30 December 1939 No.764 L.M.1939).
De Directeur, * Conflict: Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek om een specifieke marktkraam-locatie. De directeur weigert de plek aan de "adressant" (een groenteman) vanwege een oude afspraak uit 1933 met een winkelier genaamd Dekker, die niet wilde dat er een groenteman voor zijn zaak kwam te staan.
* Bureaucratie: Opvallend is dat de ambtelijke molen in 1941 nog steeds teruggrijpt op toezeggingen uit 1933, terwijl de wereld om hen heen drastisch veranderde.
* Geografie: De genoemde locaties zijn de Albert Cuypstraat en het Weteringplantsoen in Amsterdam.
* Sleutelpersonen: Naast de ambtenaren worden "Winkelier Dekker" en "Weduwe Werkendam" genoemd. De vermelding van weduwe Werkendam is cruciaal voor de historische duiding (zie Context). De directeur speculeert over het moment dat zij "zou bedanken" (haar plek zou opgeven). * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 6 oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland.
* De "moeilijke tijdsomstandigheden": De directeur merkt op dat er "zoovele plaatsen beschikbaar" zijn. In de context van oktober 1941 in Amsterdam is dit een wrange constatering. Sinds september 1941 werden Joodse marktkooplieden stelselmatig van de algemene markten (zoals de Albert Cuyp) geweerd en mochten zij alleen nog op speciaal aangewezen "Joodsche markten" staan.
* Weduwe Werkendam: De achternaam Werkendam is een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam. Gezien de datum en de opmerking over de vele vrijgekomen plaatsen, is het zeer waarschijnlijk dat weduwe Werkendam een Joodse standplaatshoudster was die door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter haar plek moest opgeven of al was weggezuiverd.
* Administratieve collaboratie: Dit document toont hoe de normale gemeentelijke bureaucratie simpelweg doorliep en profiteerde van de "vrijgekomen" plekken die ontstonden door de vervolging van Joodse medeburgers, terwijl het proces werd omschreven in neutrale, ambtelijke termen.