Ambtelijke rapportage / brief.
Origineel
Ambtelijke rapportage / brief. 2 oktober 1941. Klacht C.H. Blanken A'dam, 2/10 1941.
over markt
Alb. Cuypstraat 6/10 '41 W. L. M.
25/50/9 M
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 20 Sept. jl. om advies ontvangen stuk no. 633 L.M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat ik naar de onderhavige aangelegenheid een uitgebreid onderzoek heb doen instellen, waarbij het volgende is gebleken.
De plaats, welke door N. J. Dekker sedert eenige maanden, vóór zijn winkel, dagelijks op de markt A. Cuypstraat als losse plaats (en niet als vaste, zoals onjuist wordt opgegeven) wordt ingenomen, is de vaste plaats van wijlen den koopman Werkendam. Deze koopman is, na geruimen tijd wegens ziekte van de markt afwezig te zijn geweest, ongeveer 4 weken geleden overleden; zijn weduwe, die thans steun geniet, weigert vooralsnog om van de betreffende plaats afstand te doen.
Wat betreft het feit dat de winkelier Dekker sedert eenigen tijd een plaats op de markt voor zijn winkel inneemt, kan ik U het volgende mededeelen.
De vader van Dekker had tot 1933 een plaats vóór zijn winkel in de G. Doustraat. In dat jaar overleed Dekker Sr., waarop de plaats werd ingetrokken. Een verzoek van Dekker Jr. om de plaats op zijn naam over te schrijven, werd destijds door het Gemeente-bestuur afgewezen. (vide hieromtrent mijn brief dd. 29 November 1933 no. 1372 M. en den brief van den toenmaligen W. v. L.M. dd. 23 Dec. 1933 No. 25/9 L.M. 1933.) Ook herhaalde verzoeken van Dekker Jr. nadien, om hem de plaats voor zijn winkel als vaste plaats aan te wijzen, werden tot nu toe steeds afgewezen.
Inmiddels heeft Dekker Jr. zich op de sollicitantenlijst voor de G. Doustraat doen inschrijven. Waar de plaats voor zijn winkel niet is bezet en zich daarvoor ook – behalve wellicht de klager – geen gegadigden aanmelden om deze plaats als losse plaats te bezetten, kon... [einde pagina] * Inhoud: Het document is een antwoord van een marktmeester of ambtenaar van de Marktdienst aan de Wethouder van Levensmiddelenvoorziening en Markten (W. L.M.). Het behandelt een klacht over N.J. Dekker, die een marktkraam voor zijn eigen winkel op de Albert Cuypstraat drijft.
* Kern van de zaak: Dekker Jr. gebruikt de plek als "losse plaats" (per dag gehuurd), maar de klager (Blanken) suggereert blijkbaar dat hij dit onrechtmatig doet of dat het een "vaste plaats" is. De ambtenaar verheldert dat de vaste rechten nog bij de weduwe van de onlangs overleden koopman Werkendam liggen.
* Historiek: Uit het rapport blijkt een jarenlange strijd (sinds 1933) van Dekker Jr. om de marktplaats van zijn vader in de Gerard Doustraat over te nemen. Dit werd herhaaldelijk geweigerd door het gemeentebestuur.
* Toon: De tekst is formeel-ambtelijk en zeer feitelijk, bedoeld om de wethouder van een onderbouwd advies te voorzien. * Oorlogstijd: Het document dateert uit oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, valt de strikte handhaving van marktverordeningen en de vermelding van de weduwe die "steun geniet" (sociale bijstand) binnen de sociaaleconomische realiteit van die tijd.
* Albert Cuypmarkt: De Albert Cuypstraat was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties van Amsterdam. De regelgeving rondom vaste en losse plaatsen was (en is) een bron van constante administratieve correspondentie.
* Administratieve continuïteit: Het document verwijst naar dossiers uit 1933, wat aantoont dat de Marktdienst een zeer gedetailleerde en langdurige administratie bijhield van elke individuele marktplaats. A. Cuypstraat C.H. Blanken G. Doustraat J. Dekker N.J. Dekker