Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 10 juni 1941. D. Theeboom, Amstellaan 46, Amsterdam Z. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. No 25/60/1 M. 1941 12/6
10 Juni 1941.
Den Heled. Heer Directeur v/h Marktwezen
Amsterdam.
Heled. Heer,
Ongeveer 14 dagen geleden heb ik mijn vaste plaats in de
Alb. Cuypstraat opgezegd, daar ik het zonde vond iedere
week marktgeld te betalen zonder dat ik gebruik van de
plaats maakte. Ik was n.l. de geheele winter ziek, doch ben
op het oogenblik zoover hersteld, dat ik weer de markten
zal kunnen bezoeken. Ik zou U daarom willen verzoe-
ken mij mijn oude plaats terug te willen geven.
Op het oogenblik heb ik nog 5 weken schuld. Ik wilde
dit bedrag gaarne geleidelijk terugbetalen, n.l. door iedere
week een bedrag voor 2 weken te betalen.
Hopende dat U hiermede accoord kunt gaan en
U bij voorbaat beleefd dankend, teeken ik,
Hoogachtend,
[Handtekening: D. Theeboom]
D. Theeboom
Amstellaan 46
Amsterdam Z. In deze brief verzoekt de heer D. Theeboom om herstel van zijn vaste marktplaats op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij legt uit dat hij zijn plaats ongeveer twee weken eerder had opgezegd omdat hij de hele winter ziek was geweest en het zonde vond om marktgeld te betalen voor een plek die hij niet gebruikte. Nu hij hersteld is, wil hij zijn werkzaamheden hervatten.
Theeboom is eerlijk over een openstaande schuld van vijf weken marktgeld en stelt een realistisch betalingsplan voor: hij wil wekelijks voor twee weken betalen totdat de schuld is ingelopen. De brief is geschreven in een zeer beleefde, formele toon ("Heled. Heer", een afkorting voor Hoogedelgestrenge Heer). Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Amstellaan (tegenwoordig de Vrijheidslaan) in de Rivierenbuurt was in die tijd een straat waar veel Joodse Amsterdammers woonden. De naam Theeboom is eveneens een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die sterk vertegenwoordigd was in de markthandel.
De brief is historisch wrang omdat de situatie voor Joodse marktkooplieden in 1941 drastisch verslechterde. Slechts enkele maanden na het schrijven van deze brief, in september 1941, voerden de nazi-bezetters een verbod in voor Joden om op niet-Joodse markten te staan. Hierdoor werden Joodse handelaren verbannen van markten zoals de Albert Cuyp en aangewezen op speciaal ingerichte "Joodsche markten". Deze brief toont de poging van een individuele handelaar om zijn dagelijks bestaan na ziekte weer op te pakken, vlak voordat de bezetter de Joodse bevolking volledig uit het economische leven zou weren. D. Theeboom Marktwezen