Ambtsverslag / Rapportage
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage 19 juni 1917 vroeger zijnerzijds door hen reeds is ingenomen.
3o Samenwerking tusschen de marktambtenaren
en de ambtenaren van het Bureau voor Sociale
Zaken vindt vrijwel dagelijks plaats, o.m. om steun-
fraudegevallen op te sporen.
Wel geeft het moeilijkheden, dat sommige vaste
plaatshouders wegens langdurige vrijstelling van
plaatsbezetting zonder marktgeld betaling (h.v.
een geval van bijna twee jaar) de kansen voor
een vaste plaats van de werkelijke plaatsbezitters
tegenhouden, hetgeen den schijn verwekt, alsof
steuntrekkers "knoeien".
4o De reinheid der markt is, alvorens den lasten
kooplieden een plaats wordt toegewezen, behoorlijk.
Erkend moet echter worden, dat niet zoo'n graad
van reinheid meer bestaat als ruim een jaar gele-
den, toen dagelijks, na afloop der markt, de markt-
straten "gewasschen" werden door de P.R.
Bovendien moet niet vergeten worden, dat de
kooplieden hun plaatsen hebben in de goot, die
langs het trottoir loopt, dus op een plaats, die,
wat de outillage betreft, niets korter als markt
geëigend is.
Natuurlijk ondervinden de kooplieden op een straat-
markt meer hinder dan op een pleinmarkt (vuil-
nis, die door de bewoners van het trottoir in de
goot wordt geveegd, het uitlaten van honden in
de goot, het kloppen van kleedjes op de gezette tijden, enz.)
doch naar alle waarschijnlijkheid is de klag, die de
marktbewoners veel grooter ondervinden van de
marktkooplieden veel grooter.
Tenslotte dient te worden opgemerkt, dat de heer
Mandi nog een nieuweling op deze markt is
(althans ongeveer twee maanden plaatsbezetting) en de zaak
nogal door zijn eigen bril beziet.
Amsterdam, 19 Juni '17.
(get.) H.J. Muddebeeker
chef marktopzichter. * Sociale Controle: Het document legt een direct verband tussen het marktwezen en de sociale dienst ("Sociale Zaken"). Er wordt actief gecontroleerd op steunfraude. De auteur signaleert een probleem waarbij langdurige afwezigheid van vaste vergunninghouders (zonder betaling) de indruk wekt dat er met steungelden "geknoeid" wordt.
* Hygiëne en Reiniging: Er wordt verwezen naar de "P.R." (Publieke Reiniging). De auteur merkt op dat de kwaliteit van de schoonmaak is achteruitgegaan sinds de straten niet meer dagelijks na de markt worden schoonbezemd of gewassen.
* Conflict Gebruikersruimte: De tekst schetst een levendig beeld van de spanningen op een straatmarkt: kooplieden staan letterlijk in de goot en hebben last van buurtbewoners (honden, afval, kleden kloppen), terwijl de bewoners op hun beurt waarschijnlijk nog meer overlast ervaren van de kooplieden.
* Subjectiviteit: De rapportage eindigt met een ad-hominem opmerking over een klager (de heer Mandi), wiens klachten worden afgedaan als subjectief omdat hij nieuw is op de markt. Dit document stamt uit 1917, midden in de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er grote schaarste en economische spanning in Amsterdam. De markt was een cruciale plek voor de voedselvoorziening van het volk, maar ook een plek waar de overheid streng toezag op de rechtmatigheid van inkomsten (steun). Het gebruik van de term "P.R." verwijst naar de in 1877 opgerichte gemeentelijke dienst voor de reiniging, die in een dichtbevolkte stad als Amsterdam een essentiële rol speelde in de volksgezondheid. De frictie tussen marktkramen en omwonenden is een tijdloos Amsterdams fenomeen, dat hier in een vroeg-20e-eeuwse ambtelijke context wordt vastgelegd.