Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 538
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief of ambtelijke kennisgeving.

Origineel

Getypte brief of ambtelijke kennisgeving. Wat het plaatsen van kramen op de markten en het bezetten van méér dan een plaats op dezelfde markt door man, vrouw, enz., betreft, wijs ik U op het volgende.

De kramen worden als regel vóór den aanvang van de markt opgezet. Den kramenverhuurders is hiervoor door het Gemeentebestuur speciaal vergunning verleend, omdat artikel 344 sub b der Algemeene Politie Verordening het opzetten of hebben van kramen op een anderen dan voor de markt bestemden tijd, verbiedt. Het is in het belang van de orde op de markten, dat de kramen vóór den aanvang der markten reeds worden neergezet; tijdens de markturen zou hiervan zeer veel hinder worden ondervonden. Het is beslist onjuist, dat uitsluitend voor de Joodsche kooplieden kramen vóór markttijd worden geplaatst. Dit gebeurt voor alle kooplieden, die op een bepaalden dag plaatsen zullen innemen. Artikel 16 van het Reglement op de Markten schrijft voor, dat eenzelfde persoon, hetzij alleen, hetzij met zijn echtgenoote, slechts ten hoogste over een vaste plaats op een algemeene dagmarkt en over vaste plaatsen op twee weekmarkten kan beschikken. Bovendien kunnen uit elk gezin, op dezelfde markt, ten hoogste twee personen voor een vaste plaats in aanmerking komen, namelijk het gezinshoofd of zijn echtgenoote en een der andere gezinsleden. Aan deze bepaling wordt strikt de hand gehouden. Slechts losse plaatsen kunnen, indien voorradig, aan andere huisgenooten e.d. worden uitgegeven. Deze plaatsen zijn echter in den regel op het slechtste gedeelte van de markt gelegen.

Uw wensch om naam, beroep, adres e.d. op de kraam te vermelden, ten einde optreden van steuntrekkenden te verhinderen, geeft mij aanleiding tot de volgende opmerkingen.

De marktambtenaren kennen iederen marktkoopman en zijn in het algemeen volledig met zijn huiselijke omstandigheden op de hoogte. Bovendien vindt dagelijks samenwerking plaats tusschen de marktambtenaren en de ambtenaren van het Bureau voor Sociale Zaken, zoodat fraudegevallen, als door U bedoeld, vrijwel niet kunnen voorkomen. Invoering van het door U voorgestelde lijkt mij derhalve overbodig.

Ten aanzien van Uw klacht betreffende de reinheid der markt, maak ik U er opmerkzaam op, dat deze, alvorens den kooplieden een plaats wordt toegewezen, niets te wenschen over laat. Artikel 23 van het Reglement op de Markten, dat den plaatshouder verplicht zijn afval in een bak te deponeeren, wordt steeds krachtig toegepast. * Toon: Formeel, ambtelijk en defensief. De schrijver (vermoedelijk een marktmeester of gemeentelijk functionaris) beantwoordt klachten of suggesties van een burger of instantie.
* Kernpunten:
* Opbouwtijden: Het vroegtijdig opzetten van kramen is noodzakelijk voor de orde en geldt voor iedereen, niet enkel voor Joodse kooplieden.
* Plaatsbewijzen: Er gelden strikte regels voor hoeveel plaatsen een gezin mag bezetten (maximaal twee) om monopolievorming te voorkomen.
* Fraudebestrijding: De suggestie om persoonsgegevens op kramen te vermelden om "steuntrekkenden" (mensen met een uitkering die illegaal bijverdienen) te weren, wordt afgewezen. De ambtenaren claimen al voldoende controle te hebben via het Bureau voor Sociale Zaken.
* Hygiëne: Klachten over de reinheid van de markt worden weerlegd door te wijzen op bestaande reglementen. Dit document biedt een inkijkje in de Nederlandse bureaucratie en maatschappelijke verhoudingen rond de jaren '40. De expliciete ontkenning van bevoordeling van "Joodsche kooplieden" suggereert dat er vanuit de klager sprake was van (anti-Semitische) argwaan of spanningen op de markt. Daarnaast weerspiegelt de passage over "steuntrekkenden" de grote armoede en de strenge controle op uitkeringsgerechtigden tijdens de crisisjaren of de bezettingstijd. Het document toont de spanning tussen de marktkooplieden, de burgerij en het toezichthoudende gezag.

Samenvatting

  • Toon: Formeel, ambtelijk en defensief. De schrijver (vermoedelijk een marktmeester of gemeentelijk functionaris) beantwoordt klachten of suggesties van een burger of instantie.
  • Kernpunten:
    • Opbouwtijden: Het vroegtijdig opzetten van kramen is noodzakelijk voor de orde en geldt voor iedereen, niet enkel voor Joodse kooplieden.
    • Plaatsbewijzen: Er gelden strikte regels voor hoeveel plaatsen een gezin mag bezetten (maximaal twee) om monopolievorming te voorkomen.
    • Fraudebestrijding: De suggestie om persoonsgegevens op kramen te vermelden om "steuntrekkenden" (mensen met een uitkering die illegaal bijverdienen) te weren, wordt afgewezen. De ambtenaren claimen al voldoende controle te hebben via het Bureau voor Sociale Zaken.
    • Hygiëne: Klachten over de reinheid van de markt worden weerlegd door te wijzen op bestaande reglementen.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de Nederlandse bureaucratie en maatschappelijke verhoudingen rond de jaren '40. De expliciete ontkenning van bevoordeling van "Joodsche kooplieden" suggereert dat er vanuit de klager sprake was van (anti-Semitische) argwaan of spanningen op de markt. Daarnaast weerspiegelt de passage over "steuntrekkenden" de grote armoede en de strenge controle op uitkeringsgerechtigden tijdens de crisisjaren of de bezettingstijd. Het document toont de spanning tussen de marktkooplieden, de burgerij en het toezichthoudende gezag.