Archief 745
Inventaris 745-349
Pagina 563
Dossier 24
Jaar 1941
Stadsarchief

Zakelijke brief / verzoekschrift.

27 juni 1941. Van: L. van Kolm, Lepelstraat 85 III, Amsterdam. Aan: Inspectie van het Marktwezen, Centrale Markthallen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. Dossier: 25/75/M.1941

Origineel

Zakelijke brief / verzoekschrift. 27 juni 1941. L. van Kolm, Lepelstraat 85 III, Amsterdam. Inspectie van het Marktwezen, Centrale Markthallen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam-W. L. van Kolm,
Lepelstraat 85 III,
AMSTERDAM.

Nº 25/75/M.1941 30/6 [handgeschreven]

[Handgeschreven rechtsboven:] m.i. Insp.

A m s t e r d a m, 27 Juni 194 1.

Aan de Inspectie van het Markt-
wezen,
Centrale Markthallen,
Jan van Galenstraat 14,
AMSTERDAM-W.

Mijne Heeren,

Door dezen verzoek ik U beleefd mij een uitstel
van drie maanden te willen verleenen van het bezetten van
mijn plaats op de markt Albert Cuypstraat (plaatsnummer 281).
De betaling zal op de normale wijze blijven
plaats vinden.
Vertrouwende, dat mijn plaats gedurende dezen
tijd zal worden vrijgehouden, teeken ik,

hoogachtend,

[Handgeschreven handtekening:] L. van Kolm

[Handgeschreven rechtsonder:] 25 In deze brief verzoekt L. van Kolm de Inspectie van het Marktwezen in Amsterdam om een ontheffing van de bezettingsplicht voor een marktkraam. Het gaat om een specifieke plek (nummer 281) op de Albert Cuypmarkt.

De afzender vraagt om een periode van drie maanden waarin de plek niet bezet hoeft te worden, met de uitdrukkelijke toezegging dat de verschuldigde marktgeld-betalingen gedurende die tijd gewoon door zullen gaan. Het doel van het schrijven is om de rechten op de standplaats te behouden zonder er fysiek aanwezig te hoeven zijn. Dit document stamt uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De historische context van deze specifieke aanvraag is beladen:

  1. Locatie en Achternaam: De Lepelstraat lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Van Kolm is een bekende joodse familienaam in Amsterdam.
  2. Anti-joodse maatregelen: In juni 1941 waren de Duitse bezetters al vergevorderd met het invoeren van discriminerende maatregelen. Joden werden stelselmatig uit het economische leven geweerd. Veel joodse marktkooplieden kregen te maken met beperkingen of werden van de markt verdreven.
  3. Betekenis van het verzoek: Verzoeken als deze waren vaak een wanhopige poging om een bron van inkomst of een legale status te behouden in een tijd van toenemende vervolging en onzekerheid. Het "vrijhouden" van de plaats suggereert dat de afzender op dat moment niet in staat was de handel uit te oefenen, mogelijk door de beperkende verordeningen of andere oorzaken gerelateerd aan de oorlogssituatie.
  4. Administratie: De handgeschreven aantekeningen en het referentienummer tonen aan dat dit verzoek door de ambtelijke molen van de gemeente Amsterdam ging, die tijdens de bezetting bleef functioneren en meewerkte aan de registratie van joodse burgers en hun bezittingen. L. van Kolm W. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

In deze brief verzoekt L. van Kolm de Inspectie van het Marktwezen in Amsterdam om een ontheffing van de bezettingsplicht voor een marktkraam. Het gaat om een specifieke plek (nummer 281) op de Albert Cuypmarkt.

De afzender vraagt om een periode van drie maanden waarin de plek niet bezet hoeft te worden, met de uitdrukkelijke toezegging dat de verschuldigde marktgeld-betalingen gedurende die tijd gewoon door zullen gaan. Het doel van het schrijven is om de rechten op de standplaats te behouden zonder er fysiek aanwezig te hoeven zijn.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De historische context van deze specifieke aanvraag is beladen:

  1. Locatie en Achternaam: De Lepelstraat lag in de Amsterdamse Jodenbuurt. De naam Van Kolm is een bekende joodse familienaam in Amsterdam.
  2. Anti-joodse maatregelen: In juni 1941 waren de Duitse bezetters al vergevorderd met het invoeren van discriminerende maatregelen. Joden werden stelselmatig uit het economische leven geweerd. Veel joodse marktkooplieden kregen te maken met beperkingen of werden van de markt verdreven.
  3. Betekenis van het verzoek: Verzoeken als deze waren vaak een wanhopige poging om een bron van inkomst of een legale status te behouden in een tijd van toenemende vervolging en onzekerheid. Het "vrijhouden" van de plaats suggereert dat de afzender op dat moment niet in staat was de handel uit te oefenen, mogelijk door de beperkende verordeningen of andere oorzaken gerelateerd aan de oorlogssituatie.
  4. Administratie: De handgeschreven aantekeningen en het referentienummer tonen aan dat dit verzoek door de ambtelijke molen van de gemeente Amsterdam ging, die tijdens de bezetting bleef functioneren en meewerkte aan de registratie van joodse burgers en hun bezittingen.

Genoemde Personen 2

Locaties

Albert Cuypmarkt Centrale Markt

Producten

Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen