Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 417
Dossier 103
Stadsarchief

Handgeschreven brief (met stempel en aantekeningen).

10 juni 1942. Van: A. Verhagen, namens de Nederlandsche Heidemaatschappij (Ned. Heide Mij), afdeling Diemen. Aan: Afdeling Werkverruiming, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven brief (met stempel en aantekeningen). 10 juni 1942. A. Verhagen, namens de Nederlandsche Heidemaatschappij (Ned. Heide Mij), afdeling Diemen. Afdeling Werkverruiming, Amsterdam. [Linksboven, in potlood:]
A Verhagen
Ned Heide Mij
Diemen

[Rechtsboven:]
Diemen 10 Juni '42

[Midden:]
Afd Werkverruiming
A.dam

M.,

Hierbij zend ik U volgens onze
telefonische afspraak de lijsten met namen
enz der arbeiders.

[In een handgeschreven cirkel midden in de tekst:]
een bemerking
voor de Witte

[Rechtsonder:]
Hoogachtend,

[Blauwe stempel:]
NED. HEIDE MIJ – ARNHEM
AMBSG. HAARLEM – Uitv. A. VERHAGEN

[Handtekening/paraf]

[Linksonder in groot rood potlood:]
Bethlem Deze brief is een formeel administratief schrijven tussen de Nederlandsche Heidemaatschappij en de Amsterdamse Afdeling Werkverruiming. De essentie van de brief is de verzending van lijsten met persoonsgegevens ("namen enz") van arbeiders, wat wijst op een nauwe samenwerking in de arbeidsvoorziening.

Opvallend zijn de administratieve toevoegingen die waarschijnlijk bij ontvangst zijn geplaatst:
1. "Een bemerking voor de Witte": Een interne instructie binnen de Afdeling Werkverruiming om een specifieke ambtenaar (De Witte) naar de bijlage te laten kijken.
2. "Bethlem": Groot in rood geschreven. Dit verwijst hoogstwaarschijnlijk naar een functionaris bij de Afdeling Werkverruiming Amsterdam die verantwoordelijk was voor dit dossier of de verdere verwerking ervan.

De stempel onderaan bevestigt de hiërarchische structuur: het hoofdkantoor in Arnhem, het ambtsgebied Haarlem, en de uitvoerder (A. Verhagen) in Diemen. Het document dateert uit juni 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode veranderde het karakter van de 'Werkverruiming' (oorspronkelijk bedoeld voor werkverschaffing aan werklozen) ingrijpend. De administratie van arbeiders werd steeds vaker gebruikt voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland).

De Nederlandsche Heidemaatschappij was destijds een van de grootste uitvoerders van grootschalige civieltechnische projecten waarbij veel handarbeiders werden ingezet. Het uitwisselen van namenlijsten in deze periode had voor de betreffende arbeiders vaak verstrekkende gevolgen, aangezien deze lijsten de basis vormden voor de controle en inzet van de beroepsbevolking door de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie. De naam "Bethlem" duikt vaker op in archieven van de Amsterdamse arbeidsvoorziening uit deze periode.

Samenvatting

Deze brief is een formeel administratief schrijven tussen de Nederlandsche Heidemaatschappij en de Amsterdamse Afdeling Werkverruiming. De essentie van de brief is de verzending van lijsten met persoonsgegevens ("namen enz") van arbeiders, wat wijst op een nauwe samenwerking in de arbeidsvoorziening.

Opvallend zijn de administratieve toevoegingen die waarschijnlijk bij ontvangst zijn geplaatst:
1. "Een bemerking voor de Witte": Een interne instructie binnen de Afdeling Werkverruiming om een specifieke ambtenaar (De Witte) naar de bijlage te laten kijken.
2. "Bethlem": Groot in rood geschreven. Dit verwijst hoogstwaarschijnlijk naar een functionaris bij de Afdeling Werkverruiming Amsterdam die verantwoordelijk was voor dit dossier of de verdere verwerking ervan.

De stempel onderaan bevestigt de hiërarchische structuur: het hoofdkantoor in Arnhem, het ambtsgebied Haarlem, en de uitvoerder (A. Verhagen) in Diemen.

Historische Context

Het document dateert uit juni 1942, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode veranderde het karakter van de 'Werkverruiming' (oorspronkelijk bedoeld voor werkverschaffing aan werklozen) ingrijpend. De administratie van arbeiders werd steeds vaker gebruikt voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in Duitsland).

De Nederlandsche Heidemaatschappij was destijds een van de grootste uitvoerders van grootschalige civieltechnische projecten waarbij veel handarbeiders werden ingezet. Het uitwisselen van namenlijsten in deze periode had voor de betreffende arbeiders vaak verstrekkende gevolgen, aangezien deze lijsten de basis vormden voor de controle en inzet van de beroepsbevolking door de bezetter en de meewerkende Nederlandse bureaucreatie. De naam "Bethlem" duikt vaker op in archieven van de Amsterdamse arbeidsvoorziening uit deze periode.