Archief 745
Inventaris 745-367
Pagina 59
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte memo of ambtelijke notitie op doorslagpapier (gezien de lichte waas en doorschijnende tekst van een andere pagina).

Origineel

Getypte memo of ambtelijke notitie op doorslagpapier (gezien de lichte waas en doorschijnende tekst van een andere pagina). Behoeften van het poldergebied.
Kunstmest.
Veevoer.
Bouwmaterialen.
Brandstoffen.
Kleeding - schoeisel.
Landbouwwerktuigen.
Wat beteekent dit voor Amsterdam als leverancier.

Vervoer:
Welk goederenvervoer (soort en dichtheid) volgt hieruit.
Personenvervoer:
Welke vervoermiddelen zullen noodig zyn voor de communicatie met Amsterdam.
Moet dit aan particulier initiatief worden overgelaten of moet overheid (Ryk, gemeente) dit op zich nemen of stimuleeren.

Waterinlaat voor Hollands Noorder-kwartier:
Gunstige invloed van toekomstig zoet water - inlaat in Noord-hollandsche polders komt voorloopig in het geheel niet tot zyn recht.
Integendeel wordt in de eerste reeks van jaren het zoute of brakke polderwater via den Yboezem uitgeslagen naar de Noordzee.
Kan Noordholland niet door andere maatregelen eerder aan zoet-waterinlaat worden geholpen?
Hier zyn zeer groote hygiënische, agrarische en industrieele belangen aan verbonden.

Welke maatregelen moet Amsterdam nemen
om in meerdere mate agrarisch centrum te worden, mede om aantrekkingskracht op de nieuwe polders te vergrooten.

Hygiënische maatregelen:
Zoet water (muggen),
goede afvalwaterverzorging,
behoorlyk drinkwater,
toezicht op veilingproducten,
warenkeuring, enz.

Dienst P.W. Amsterdam.
Apart te behandelen uit gezichtspunt van Amsterdam als consumptiecentrum
en van " " " medisch verzorgend centrum.
ND Het document fungeert als een vroege vorm van een strategische verkenning of 'impact-analyse'. De kernpunten zijn:

  1. Economische kansen: De stad ziet de nieuwe polders (zoals de Wieringermeer en later de Noordoostpolder) als een nieuwe afzetmarkt voor goederen (bouwmaterialen, kleding, werktuigen).
  2. Infrastructuur: Er wordt nagedacht over de noodzakelijke verkeersverbindingen. Interessant is de vraag naar de rolverdeling tussen privaat initiatief en de overheid (Rijk of Gemeente), wat duidt op de opkomst van een meer planmatige overheid.
  3. Waterbeheer: Dit is een kritiek punt. De afsluiting van de Zuiderzee (1932) zou zorgen voor een zoetwaterbekken (IJsselmeer), maar de memo signaleert dat het Noorderkwartier hier nog niet van profiteert omdat er juist nog zout water wordt uitgemalen via de IJ-boezem. Dit heeft directe gevolgen voor de landbouw en volksgezondheid.
  4. Centrumfunctie: Amsterdam wil zich niet alleen profileren als handelscentrum, maar ook als medisch en agrarisch-logistiek knooppunt voor het nieuwe land. Dit document moet geplaatst worden in de context van de Zuiderzeewerken. Na de aanleg van de Afsluitdijk veranderde de dynamiek tussen Amsterdam en zijn achterland drastisch. De stad moest haar positie herdefiniëren ten opzichte van de nieuwe polders. De zorg over "zoet water (muggen)" verwijst naar de malaria-epidemieën en de overlast die ontstonden door de verandering van zout naar zoet/brak water in de overgangsfase van de droogleggingen. De vermelding van de "Dienst P.W." (Publieke Werken) onderstreept dat de gemeente Amsterdam actief betrokken was bij de regionale planning en de integratie van de stad in het nieuwe Nederlandse landschap.

Samenvatting

Het document fungeert als een vroege vorm van een strategische verkenning of 'impact-analyse'. De kernpunten zijn:

  1. Economische kansen: De stad ziet de nieuwe polders (zoals de Wieringermeer en later de Noordoostpolder) als een nieuwe afzetmarkt voor goederen (bouwmaterialen, kleding, werktuigen).
  2. Infrastructuur: Er wordt nagedacht over de noodzakelijke verkeersverbindingen. Interessant is de vraag naar de rolverdeling tussen privaat initiatief en de overheid (Rijk of Gemeente), wat duidt op de opkomst van een meer planmatige overheid.
  3. Waterbeheer: Dit is een kritiek punt. De afsluiting van de Zuiderzee (1932) zou zorgen voor een zoetwaterbekken (IJsselmeer), maar de memo signaleert dat het Noorderkwartier hier nog niet van profiteert omdat er juist nog zout water wordt uitgemalen via de IJ-boezem. Dit heeft directe gevolgen voor de landbouw en volksgezondheid.
  4. Centrumfunctie: Amsterdam wil zich niet alleen profileren als handelscentrum, maar ook als medisch en agrarisch-logistiek knooppunt voor het nieuwe land.

Historische Context

Dit document moet geplaatst worden in de context van de Zuiderzeewerken. Na de aanleg van de Afsluitdijk veranderde de dynamiek tussen Amsterdam en zijn achterland drastisch. De stad moest haar positie herdefiniëren ten opzichte van de nieuwe polders. De zorg over "zoet water (muggen)" verwijst naar de malaria-epidemieën en de overlast die ontstonden door de verandering van zout naar zoet/brak water in de overgangsfase van de droogleggingen. De vermelding van de "Dienst P.W." (Publieke Werken) onderstreept dat de gemeente Amsterdam actief betrokken was bij de regionale planning en de integratie van de stad in het nieuwe Nederlandse landschap.

Kooplieden in dit dossier 34

Amstelmeer met Amstelmeerkanaal en Waard- en Groetkanaal
Andere hakvruchten 375000 "
Andere handels- gewassen$^2$) 9375 "
Dorpskernen en industrieterreinen
Erven van gebouwen en lustplaatsen 2,2
Boonen 87500 "
Boonen 87500 "
Groenvoeder- Gewassen - $^3)$
Kanalen, vaarten en tochten
J. Zand ( 1,3)
A. Geboorte ( 1,3)
J. Zand (16,6)
A. Geboorte (16,6)
Lichte zavel
Lichte zavel (20,8)
A. Geboorte (20,8)
N.O.polder 47600
Onbelastbare eigendommen 3,3
B. Overige 3169
B. Overige 96250 "
B. Overige 43750 "
Overige handels- gewassen 1751$^4)$
Overige knol-, Wortel- en bolgewassen 50700
Rietland, kwelders, moeras 0,1
Wieringermeerdijk en Amstelmeerdijk
Z.O.polder 93700
Alle 34 kooplieden →