Archiefdocument
Origineel
Bylage 1.
Werkprogramma van de Gemeentelyke Zuiderzeecommissie Amsterdam en van haar Subcommissies.
| Onderwerpen | Voor te bereiden door: |
|---|---|
| 1. Scheepvaartbelangen | |
| punten: | |
| a. Behoefte aan kanalen. Loop der geprojecteerde kanalen en tonnage grootste schip. | Subcommissie, bestaande uit: |
| b. Toelaatbare strooming in de kanalen. | Directeur Handelsinrichtingen (Voorzitter) |
| c. Dwarsprofiel kanalen, aantal en afmetingen van sluizen, beweegbare of vaste bruggen, doorvaarthoogte en -wydte der bruggen. | Directeur Publieke Werken |
| d. Stroomsnelheid op het Y en het Noordzeekanaal. | Directeur Waterleidingen |
| e. Oranjesluizen. | Havenmeester |
| f. Behoefte aan nieuwe havenaccomodatie. | Hr. J. van Hasselt (Kamer van Koophandel) |
| g. Omvang toekomstig scheepvaartverkeer. Reserve voor sluizen. | Secretariaat. |
| h. Verdere punten. | |
| 2. Verkeerswegen | Secretariaat |
| 3. Agrarische belangen | Subcommissie, bestaande uit: |
| punten: | |
| a. Aard der bedryven: Welke bedryven zyn te verwachten in verband met bodemgesteldheid (landbouw, tuinbouw, zandboeren, veeteelt, enz.). Grootte der bedryven en verkaveling en ontwatering. | Directeur Publieke Werken (Voorzitter) |
| b. Bevolking: Grootte en verspreiding Ligging en grootte der nederzettingen. | Directeur Energiebedryf |
| c. Opbrengst: Verwachte gewassen en opbrengst daarvan. Komt er tuinbouw, welke soort: groenten met of zonder kassen; vruchten; boomgaarden; bloemen. Kassen met verwarming. Bodemverwarming. | Directeur Marktwezen |
| d. Landbouwindustrieën: Zal productie polders leiden tot oprichting landbouwindustrieën (aardappelmeelfabrieken, suikerfabrieken, stroocarton- of stroocellulosefabrieken, conservenfabrieken). Zoo ja, welke. Moeten deze in den polder liggen, mede in verband met seizoenarbeid. | Hr. G. Key Jzn. (Kamer van Koophandel) |
| e. Verhandeling en vervoer der producten: Zuivelproducten. Landbouwproducten. Tuinbouwproducten. Veilingen en productenbeurzen. Is er rechtstreeksche levering op Amsterdam te verwachten en kan dat bevorderd worden. Vervoerswyze: schip, auto, tram. Vervoershoeveelheden (doorloopend of per seizoen). | Secretariaat. |
| f. Behoeften van het poldergebied: Zaad- en pootgoed. Kunstmest. Veevoeder. Bouwmaterialen. Brandstoffen Kleeding, schoeisel. Landbouwwerktuigen. Wat beteekent dit voor Amsterdam als leverancier. | |
| g. Vervoer: Welk goederenvervoer (soort en dichtheid) volgt hieruit. Personenvervoer: Welke vervoermiddelen zullen noodig zyn voor de communicatie met Amsterdam. Moet dit aan particulier initiatief worden overgelaten of moet de overheid (Ryk, Gemeente) dit op zich nemen of stimuleeren. | |
| h. Waterinlaat voor Hollands Noorderkwartier: Hoe wordt zoet-water-inlaat Noordhollandsche polders verkregen: a. voor gedeelte benoorden Y; b. voor gedeelte bezuiden Y. Dit punt is zeer belyngryk uit hygiënisch, agrarisch en industrieel oogpunt. | |
| i. Welke maatregelen moet Amsterdam nemen om in meerdere mate agrarisch centrum te worden, mede om aantrekkingskracht op de nieuwe polders te vergrooten. |
--- Dit document betreft een gedetailleerd werkplan van de "Gemeentelyke Zuiderzeecommissie Amsterdam". Het is gestructureerd als een takenlijst voor verschillende subcommissies, waarbij de focus ligt op de economische en infrastructurele gevolgen van de Zuiderzeewerken voor de stad Amsterdam.
Kernpunten in het document:
* Infrastructuur: Er is veel aandacht voor de nautische bereikbaarheid (kanalen, sluizen zoals de Oranjesluizen, en havencapaciteit) en de invloed van de nieuwe polders op de stroomsnelheden in het IJ en het Noordzeekanaal.
* Economisch opportunisme: De stad onderzoekt hoe zij kan profiteren van de nieuwe polders, zowel als afzetmarkt (leverancier van goederen zoals kunstmest en werktuigen) als verwerkings- en handelscentrum voor de agrarische producten die uit de polders zullen komen.
* Innovatie: Opvallend is de vroege vermelding van moderne landbouwtechnieken zoals kassen met bodemverwarming en de oprichting van industriële verwerkingsfabrieken (stroocarton, cellulose).
* Sociaal-bestuurlijk: Er wordt nagedacht over de rol van de overheid versus particulier initiatief bij het opzetten van vervoersverbindingen.
De gebruikte spelling (bijv. "bedryven", "wydte", "Ryk") is kenmerkend voor de vroege 20e eeuw (spelling-Marchant werd pas in 1934/1947 officieel).
--- Het document moet geplaatst worden in de periode na de aanname van de Zuiderzeewet (1918) door Cornelis Lely. De stad Amsterdam realiseerde zich dat de afsluiting van de Zuiderzee en de aanleg van grote polders (zoals de Wieringermeer en later de IJsselmeerpolders) de positie van de stad ingrijpend zou veranderen.
De Zuiderzeecommissie had als doel de belangen van Amsterdam te behartigen bij de uitvoering van deze rijksplannen. Men vreesde enerzijds voor de bereikbaarheid van de haven (vandaar de focus op de Oranjesluizen), maar zag anderzijds enorme kansen in het nieuwe achterland. Het document getuigt van een zeer planmatige aanpak waarbij de expertise van verschillende gemeentelijke diensten (Publieke Werken, Handelsinrichtingen, Marktwezen) en de Kamer van Koophandel werd gebundeld om de stad voor te bereiden op de "nieuwe kaart" van Nederland. G. Key J. van Hasselt Y. Dit Kamer van Koophandel Marktwezen Publieke Werken