Typoscript (getypte pagina uit een rapport of nota).
Origineel
Typoscript (getypte pagina uit een rapport of nota). -3-
Er moeten nu – om den invloed der Zuidelyke inpolderingen op Amsterdam te berekenen – een aantal aannamen worden gedaan over de bodemsamenstelling.
In het algemeen kan worden aangenomen, dat de holocene kleilaag op ongeveer 10 m – N.A.P. de meest aaneengesloten structuur heeft en dat haar invloed op de beschreven verschynselen dus het grootst is.
Van deze kleilaag is door uitgebreide onderzoekingen op groote terreinen de waarde van de ondoorlatendheid vry nauwkeurig bekend geworden; deze waarde wordt uitgedrukt door het aantal etmalen, dat een waterdeeltje onder een spanningsverhang 1 : 1 noodig heeft om in verticale richting de kleilaag te doorloopen.
Deze grootheid, hier te noemen E, bedraagt voor:
het duinterrein by Vogelenzang ± 5000 etm.
het duinterrein by Castricum ± 4000 "
de Wieringermeer 80 à 375 "
de Horstermeer ± 500 "
Anderzyds is van belang de doorlatendheid van de zandpakketten in horizontalen zin; naarmate deze grooter is, zet zich de drukverlagende invloed van een droogmaking verder voort. Deze grootheid wordt uitgedrukt door het aantal m3 water, dat per etmaal stroomt door een vlak ter breedte van 1 m en ter hoogte van alle doorlatende "étages", by een spanningsverhang 1 : 1.
Deze grootheid, hier te noemen V, bedraagt voor:
het duinterrein by Vogelenzang 2380 m2 /etm.
de Veluwe 4800 à 6000 "
het Gooi 3500 "
de Wieringermeer 5000 "
Veronderstelt men nu, dat de Zuidelyke polders (ter wille van de uitvoerbaarheid der berekening) een cirkel vormen met een straal van 22,5 km, dat het waterpeil aldaar zal worden verlaagd met 5 m, dat de grootheid E in den polder waarden heeft van respectievelyk 5000, 2000 en 0 etm. en buiten den polder van resp. 5000, 2000 en 1000 etm. en de grootheid V een waarde heeft van 5000 m3/etm., dan wordt de drukverlaging in m van het diepe grondwater in Amsterdam-Oost berekend op:
| E in den polder in etm. | E buiten den polder in etm. | ||
|---|---|---|---|
| 5000 | 2000 | 1000 | |
| 5000 | 0.137 | 0.0333 | 0.00551 |
| 2000 | 0.141 | 0.0342 | 0.0566 |
| 0 | 0.309 | 0.0735 | 0.0121 |
De drukverlaging in de diepere bodemlagen onder Amsterdam wordt dus berekend op 0,5 à 31 cm. De spiegelverlaging van het grondwater uit de bovenste "étage" zal ten hoogste gelyk aan deze drukverlaging kunnen zyn, maar is in het algemeen door horizontale toestrooming geringer. Naarmate de stad (in den loop der jaren) dichter bebouwd wordt, zal de spiegel verder dalen.
Welke is nu de meest waarschynlyke waarde van de drukverlaging? Daarby moet in het oog worden gevat, dat de werkelyke toestand zeer aanmerkelyk gecompliceerder is, dan het hierboven beschreven eenvoudige beeld. * Wetenschappelijke methode: De tekst beschrijft een vroeg model van de polderhydrologie. Er wordt gebruikgemaakt van vereenvoudigde parameters: de verticale weerstand van de kleilaag ($E$, uitgedrukt in dagen/etmalen) en het horizontale doorleidingsvermogen van de zandlagen ($V$, uitgedrukt in m²/etmaal).
* Modelmatige aanpak: Om de complexe werkelijkheid berekenbaar te maken, wordt de geplande polder gemodelleerd als een cirkel met een straal van 22,5 km en een peilverlaging van 5 meter.
* Resultaten: De tabel toont de berekende effecten voor Amsterdam-Oost. De uitkomsten variëren van minder dan een millimeter (0.00551 m) tot ruim 30 centimeter (0.309 m), afhankelijk van de aangenomen bodemgesteldheid.
* Civieltechnische relevantie: De zorg over de daling van het grondwater in Amsterdam was (en is) groot vanwege de houten paalfunderingsconstructies. Als het grondwater te ver daalt, kunnen de koppen van de houten palen gaan rotten door blootstelling aan zuurstof. Dit document maakt deel uit van de uitgebreide studies die voorafgingen aan of gepaard gingen met de uitvoering van de Zuiderzeewerken (Wet van 1918). Nadat de Wieringermeer (1930) was drooggelegd, verschoof de focus naar de grotere zuidelijke polders (Flevoland). In Amsterdam bestond grote vrees dat het onttrekken van water in de polders de stijghoogte van het grondwater onder de stad zou verlagen, met alle risico's voor de bebouwing van dien. De hier gepresenteerde berekeningen dienden om die risico's in kaart te brengen en te kwantificeren. Het gebruik van de 'y' in woorden als "Zuidelyke" en "verschynselen" wijst op een schrijver die vasthield aan een oudere, in de vroege 20e eeuw nog gangbare kantoorspelling of persoonlijke voorkeur.