Typoscript (getypte rapportage).
Origineel
Typoscript (getypte rapportage). 9 december 1941. (4.)
De kleilagen onder de Zuidelyke Polders zyn zeker niet homogeen van samenstelling en ook niet ononderbroken. Het is waarschynlyk, dat zy naar de zyde van de Veluwe minder voorkomen dan naar de zyde van Noordholland. Ook de afsluitende lagen buiten den polder zyn zeker niet naar alle zyden gelyk, zooals blykt uit de opgave van de grootte van E in 4 niet ver verwyderde gebieden.
Het meest extreme geval uit den staat is dat, waarby E binnen den polder = 0 en E buiten den polder = 5000 etm. Voor deze veronderstelling wordt gevonden een drukverlaging van 31 cm. Aangenomen mag worden, dat deze uitkomst te hoog is. Een waarde in de buurt van 15 cm lykt waarschynlyker.
De onregelmatigheden kunnen een afwyking naar boven en naar beneden veroorzaken. Afwykingen naar beneden zyn waarschynlyker; hierby wordt gedacht aan den niveau-verheffenden invloed, welke van het Gooi kan uitgaan.
Alles byeengenomen wordt de drukverlaging geschat op 10 cm en de daling van den grondwaterspiegel op 5 à 10 cm.
De invloed op de ondergrondsche waterhuishouding van Amsterdam is dus gering. Er kunnen geen middelen worden aangegeven om den ongunstigen invloed te keeren; daarvoor zyn de verschynselen te groot van omvang. Tegenover het Ryk behoeft - naar de meening van ondergeteekende - door Amsterdam van dit punt dan ook geen punt van bespreking te worden gemaakt. Wel zal het zaak zyn te overwegen of in het algemeen het kiezen van een diepere fundeeringhoogte in Amsterdam geen overweging verdient.
LE.
Het lid der Commissie,
w.g. Ir. C. Biemond.
Amsterdam, 9 December 1941.
Dienst P.W.
Amsterdam. Dit document betreft een technisch advies over de waterhuishouding van Amsterdam in relatie tot de inpoldering van de Zuiderzee (de "Zuidelyke Polders"). De kernvraag is in hoeverre de nieuwe polders zorgen voor een daling van de grondwaterstand in de stad, wat cruciaal is voor de stabiliteit van de houten paalfunderingen.
Ir. Biemond concludeert op basis van hydrogeologische berekeningen dat de daling van de grondwaterspiegel beperkt zal blijven tot 5 à 10 cm. Hij bestempelt deze invloed als "gering". Opvallend is zijn politiek-bestuurlijke advies: Amsterdam hoeft hierover geen bezwaar aan te tekenen bij de Rijksoverheid, omdat de effecten onvermijdelijk zijn door de schaal van het project. Wel adviseert hij de gemeente om voor toekomstige bouwprojecten preventief diepere funderingen te overwegen.
De tekst hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "waarschynlyk" en "ondergrondsche") en technische termen zoals "etm" (een maat voor de weerstand van een bodemlaag). Het document is gedateerd op 9 december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlog gingen grote infrastructurele projecten en de bijbehorende technische adviezen door.
De "Zuidelyke Polders" verwijzen naar de plannen voor Oostelijk en Zuidelijk Flevoland als onderdeel van de Zuiderzeewerken. Er bestond in Amsterdam grote vrees dat het droogmalen van deze polders het grondwater onder de stad zou wegtrekken, waardoor de eeuwenoude houten funderingspalen zouden gaan rotten door blootstelling aan de lucht.
De ondertekenaar, Ir. Cornelis Biemond (1899-1980), was een zeer invloedrijk civiel ingenieur. Hij was directeur van het Gemeentewaterleidingbedrijf van Amsterdam en later van de Dienst der Publieke Werken. Hij is vooral bekend door het "Plan Biemond" voor de drinkwatervoorziening van de stad. Zijn oordeel in deze kwestie droeg een groot gezag.