Officieel rapport / Beschouwing
Origineel
Officieel rapport / Beschouwing GEMEENTELYKE
ZUIDERZEECOMMISSIE
AMSTERDAM
Beschouwingen in zake de scheepvaartbelangen, welke voor Amsterdam betrokken zyn by het tot stand komen van de Zuidelyke polders.
Inleiding.
De scheepvaart op de Zuiderzee was van oudsher voor Amsterdam van groote beteekenis. Tot op den huidigen dag is dit zoo gebleven, al veranderde het karakter dier scheepvaart ten eenenmale. Vroeger waren het de zeeschepen, die over de ondiepten by het Pampus gesleept werden en vervolgens met een wyden boog om het Enkhuizer Zand door het Val van Urk voeren en dan door het Marsdiep of door het Vlie de Noordzee bereikten. Ook de vaart met den Boven-Ryn liep toen over de Zuiderzee, hetzy slechts tot Muiden om op de Vecht te komen, hetzy tot aan den Ysselmond. Dit alles behoort tot het verleden.
In onzen tyd is eerst de Zuiderzee, later het Ysselmeer alleen vaarweg voor de binnenscheepvaart, benevens voor vele kustvaarders. Als zoodanig vormt zy de eenige verbinding tusschen Amsterdam en de Noordelyke provinciën en afgezien van den vaarweg over den Gelderschen Yssel, ook de eenige verbinding tusschen laatstgenoemde provinciën en het geheele Zuiden en Westen des lands. Het verkeer door de Oranjesluizen is sedert de ingebruikneming by voortdureng en met name sedert 1920 sterk gestegen; het schommelt in de laatste jaren om de 8 millioen ton. Indien men nagaat, hoeveel scheepvaart passeert door alle andere toegangen tot de Zuiderzee te zamen, dan vindt men een cyfer, dat slechts weinig hooger ligt dan dat van de Oranjesluizen alleen. Hieruit volgt, dat vrywyl de geheele scheepvaart op de Zuiderzee zich beweegt van of naar deze sluizen. Er vindt van hier af een waaiervormige verspreiding van de scheepvaart plaats. De vaart langs den Zuidwal (de Eem, Nykork, Harderwyk) is niet druk, zy bedraagt ongeveer 500000 ton per jaar. Belangryk is de vaart naar den Ketelmond en naar het Zwolsche Diep; deze bedraagt meer dan 3 millioen ton laadvermogen per jaar. De scheepvaart van Lemmer nadert 1 ½ millioen ton per jaar; groote schepen varen wel langs de Houtrib en Urk, maar kleine schepen houden liever de Hollandsche kust en kiezen hun weg langs Enkhuizen. Ook de vaart naar Stavoren (1 ½ millioen ton) vindt over Enkhuizen plaats. De totale tonnage, welke langs het Enkhuizer vaarwater passeert, gaat de 3 millioen ton per jaar te boven.
Er is reden voor de veronderstelling, dat de scheepvaart verder zal toenemen. Ten eerste wordt thans ter betere verbinding van de Noordelyke provinciën met Amsterdam en met het Westen en Zuiden des lands de vaarweg Groningen-Ysselmeer over Lemmer belangryk verbeterd en voor 1000-tons-vaartuigen ingericht. By den bouw der bruggen en sluizen en by de onteigening van de benoodigde gronden wordt met een mogelyke toekomstige verruiming voor schepen tot 2000 ton rekening gehouden. Tot nu toe lieten de vaarwegen in Friesland geen grooter schip toe dan het zg. Friesche maatschip (31,5x5x1,9 m), dat als motorschip 180 ton en als sleepschip 250 ton laadvermogen heeft. In de toekomst zullen ook grootere sleepschepen aan de vaart op Friesland en Groningen kunnen deelnemen. Een en ander zal het goederenverkeer te water met het Noorden stimuleeren.
Ten tweede zullen de nieuwe polders een aanzienlyk eigen verkeer teweeg brengen. Aanwyzing daarvoor is, dat het laadvermogen van de door de randsluizen van de Wieringermeer geschutte schepen ongeveer 700000 ton jaarlyks bedraagt; toch is de Wieringermeer slechts 21.000 ha groot, niet meer dan 10% van de oppervlakte der gezamenlyke Zuiderzeepolders. De beschikbare gegevens laten thans nog niet toe een schatting van de toekomstige scheepvaart door de Oranjesluizen te maken; maar het gezegde is voldoende om te doen zien, dat met een aanzienlyke toeneming moet worden rekening gehouden.
Wyzigingen van de scheepvaartwegen in het Ysselmeergebied.
In het plan voor de Zuidelyke polders, dat door het Hoofd van den Dienst der Zuiderzeewerken ter kennis van onze Commissie gebracht werd, worden aan de binnenscheepvaart in het gebied van het Ysselmeer drie vaarwegen geboden: één door het naby de Houtrib uitkomende middenkanaal tusschen den Zuidwestelyken en den Zuidoostelyken polder, één langs den Zuidwal en, in verband met het...
--- Dit document vormt een historisch-geografisch overzicht van de scheepvaartbelangen van Amsterdam in de periode dat de Zuiderzeewerken volop in uitvoering waren. De belangrijkste punten uit het document zijn:
- Historische Verschuiving: De auteur beschrijft de transitie van Amsterdam als zeehaven (waarbij schepen over de Zuiderzee naar de Noordzee voeren) naar Amsterdam als knooppunt voor binnenscheepvaart na de aanleg van de Afsluitdijk.
- Het Belang van de Oranjesluizen: Met een doorvoer van circa 8 miljoen ton per jaar wordt aangetoond dat de Oranjesluizen de cruciale poort zijn voor het verkeer tussen Amsterdam en de rest van Nederland (met name het Noorden).
- Toekomstverwachting: Men voorziet een groei in tonnage door twee factoren:
- De schaalvergroting in de binnenvaart (modernisering van de route naar Lemmer voor 1000- tot 2000-tons schepen).
- De economische activiteit die de nieuwe polders (de toekomstige Flevopolders) zelf zullen genereren, waarbij de Wieringermeer als referentiekader dient.
- Infrastructuur: De tekst kondigt de fysieke wijzigingen aan die de komst van de Zuidelijke polders (Markerwaard en Flevoland) teweeg zullen brengen in het vaarwegennetwerk van het IJsselmeer.
--- Dit rapport is geschreven in een tijd waarin de plannen voor de "Zuidelijke Polders" (de huidige Oostelijk- en Zuidelijk Flevoland en de nooit voltooide Markerwaard) werden geconcretiseerd. De Gemeentelijke Zuiderzeecommissie Amsterdam had als taak de belangen van de stad te bewaken bij deze enorme landschappelijke ingrepen.
De genoemde "Friesche maatschepen" verwijzen naar een standaardmaat in de binnenvaart die op dat moment ontgroeid werd door de moderne tijd. De referentie naar de "Houtrib" duidt op de zandbank waar later de Houtribdijk (Enkhuizen-Lelystad) zou worden aangelegd. Het document weerspiegelt de optimistische visie op de economische vooruitgang die de inpoldering zou brengen voor de scheepvaartsector.