Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 6 november 1940. S. Schrijver, Kinkerstraat 217-I, Amsterdam. [Rechtsboven:]
Amsterdam. 6 Nov 1940.
S Schrijver
Kinkerstr 217 I.
vaste plaatshouder.
No. L/51 Ten Katestraat.
[Linksboven:]
Directie Marktwezen.
[Midden:]
Mijne Heren,
Hiermede verzoek ik U mij
alsnog van de markt Joubertstraat
over te plaatsen naar de markt aan
de Gaaspstraat.
Hopende op dit verzoek
een gunstig antwoord van U te
mogen ontvangen. verblijf ik in mid-
dels met de meeste Hoogachting
[Handtekening:]
S Schrijver
[Kantlijn links:]
No 103/22/1
M. 18 [stempel] * Inhoud: De afzender, Simon Schrijver, een marktkoopman met een vaste staanplaats op de Ten Katestraat (vergunningsnummer L/51), verzoekt de Directie Marktwezen om hem over te plaatsen van de markt in de Joubertstraat naar de markt in de Gaaspstraat.
* Toon: De brief is formeel en beleefd opgesteld, conform de destijds geldende zakelijke etiquette ("Mijne Heren", "Hoogachting").
* Administratieve sporen: De aantekeningen in de marge wijzen op de verwerking door de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam. De code "No 103/22/1" is waarschijnlijk een dossiernummer. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). De afzender is Simon Schrijver (1891-1943), een Joodse marktkoopman die op dat moment aan de Kinkerstraat woonde.
Hoewel de brief een regulier zakelijk verzoek lijkt, krijgt het document een beladen historische betekenis tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen. In 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter gedwongen hun handel te beperken tot specifiek aangewezen "Joodse markten". Zowel de Joubertstraat (Transvaalbuurt) als de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) werden locaties van dergelijke gesegregeerde markten, omdat in deze wijken veel Joodse Amsterdammers woonden.
Dit verzoek illustreert de pogingen van Joodse ondernemers om hun nering voort te zetten te midden van de steeds strenger wordende restricties. Uit archiefstukken blijkt dat Simon Schrijver in 1943 in het vernietigingskamp Sobibor is vermoord. S. Schrijver Marktwezen
Samenvatting
- Inhoud: De afzender, Simon Schrijver, een marktkoopman met een vaste staanplaats op de Ten Katestraat (vergunningsnummer L/51), verzoekt de Directie Marktwezen om hem over te plaatsen van de markt in de Joubertstraat naar de markt in de Gaaspstraat.
- Toon: De brief is formeel en beleefd opgesteld, conform de destijds geldende zakelijke etiquette ("Mijne Heren", "Hoogachting").
- Administratieve sporen: De aantekeningen in de marge wijzen op de verwerking door de gemeentelijke bureaucratie van Amsterdam. De code "No 103/22/1" is waarschijnlijk een dossiernummer.
Historische Context
Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland (november 1940). De afzender is Simon Schrijver (1891-1943), een Joodse marktkoopman die op dat moment aan de Kinkerstraat woonde.
Hoewel de brief een regulier zakelijk verzoek lijkt, krijgt het document een beladen historische betekenis tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen. In 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter gedwongen hun handel te beperken tot specifiek aangewezen "Joodse markten". Zowel de Joubertstraat (Transvaalbuurt) als de Gaaspstraat (Rivierenbuurt) werden locaties van dergelijke gesegregeerde markten, omdat in deze wijken veel Joodse Amsterdammers woonden.
Dit verzoek illustreert de pogingen van Joodse ondernemers om hun nering voort te zetten te midden van de steeds strenger wordende restricties. Uit archiefstukken blijkt dat Simon Schrijver in 1943 in het vernietigingskamp Sobibor is vermoord.