Archiefdocument
Origineel
23 juli 1942. De Directeur voor Sociale Zaken. Het Hoofd van de Inspectie NOORD HOLLAND van den Rijksdienst voor de Werkverruiming, te Alkmaar. 6314 A WvSZ J
TA
23 Juli 1942.
an het Hoofd van de Inspectie NOORD HOLLAND
van den Rijksdienst voor de Werkverruiming,
Kennemerpark 27,
A L K M A A R.
Naar aanleiding van Uw telef.
verzoek doe ik U bijgaand een opgave
toekomen van Joodsche arbeiders, tewerk-
gesteld bij het Werkverruimingsobject
BETLEM.
Coll. / [handtekening/paraaf]
De Directeur voor
Sociale Zaken, Dit document is een ambtelijke brief waarin melding wordt gemaakt van de verzending van een lijst met "Joodsche arbeiders". Deze arbeiders waren tewerkgesteld bij een specifiek project genaamd "BETLEM" onder de vlag van de Rijksdienst voor de Werkverruiming.
De toon is strikt zakelijk en administratief, kenmerkend voor de bureaucratische afhandeling van de Jodenvervolging tijdens de bezetting. De brief bevestigt dat er op telefonisch verzoek gegevens over Joodse werknemers werden uitgewisseld tussen verschillende overheidsinstanties (Sociale Zaken en de Inspectie van de Werkverruiming). De onderstreping van de plaatsnaam "ALKMAAR" en het gebruik van hoofdletters voor het object "BETLEM" zijn typische administratieve conventies uit die tijd om de leesbaarheid voor archivering te vergroten. De datum van de brief, 23 juli 1942, is zeer precair. Slechts een week eerder, op 15 juli 1942, vertrok de eerste trein vanuit kamp Westerbork naar Auschwitz. In deze periode werden Joodse mannen in heel Nederland via de zogenaamde "werkverruiming" geconcentreerd in werkkampen.
Hoewel de werkverruiming (zoals de DUW - Dienst Uitvoering Werken) oorspronkelijk was opgezet tijdens de crisisjaren 30 om werklozen aan de slag te helpen, werd dit systeem door de Duitse bezetter misbruikt. Joodse mannen werden gedwongen in deze kampen te werken, vaak onder zware omstandigheden. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 werden de meeste van deze werkkampen ontruimd en de arbeiders weggevoerd naar Westerbork, vanwaar zij naar de vernietigingskampen werden gedeporteerd. Documenten zoals deze vormden de administratieve basis voor het opsporen en lokaliseren van de Joodse bevolking voor hun uiteindelijke deportatie. Het object "BETLEM" verwijst waarschijnlijk naar een specifiek ontginnings- of werkproject, mogelijk in de provincie Noord-Holland gezien de adressering aan de inspectie in Alkmaar.