Officiële brief/correspondentie (doorslag).
Origineel
Officiële brief/correspondentie (doorslag). 8 februari 1939. De Directeur (waarschijnlijk van de Gemeentelijke Marktdienst Amsterdam). Den Heer N. Lymer, Vrolikstraat 46, Amsterdam-Oost. [Linksboven, getypt:]
26/2/2 M
[Rechtsboven, handgeschreven:]
In de kaart
[Middenboven, handgeschreven:]
Verzonden 8/2
[Rechtsboven, getypt:]
vP/G.
[Rechts, getypt:]
8 Februari 1939.
[Adresblok:]
den Heer N. Lymer,
Vrolikstraat 46,
Amsterdam-Oost.
Wyk 20.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 Januari jl.
verleen ik U hierby tot wederopzegging toestemming zich op
Uw plaats op de markt Dapperstraat te laten bystaan - niet
vervangen - door Uw zoon Wolf Lymer.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Verlening van toestemming voor assistentie op een marktstandplaats.
* Inhoud: De directeur van de betreffende dienst verleent aan de heer N. Lymer toestemming om zich op zijn standplaats op de Dappermarkt te laten bijstaan door zijn zoon, Wolf Lymer. Er wordt specifiek benadrukt dat het gaat om bijstand en niet om volledige vervanging. De toestemming geldt "tot wederopzegging".
* Taal en Spelling: Het document hanteert de vooroorlogse spelling (bijv. "hierby", "bystaan" en "Wyk").
* Administratie: De handgeschreven aantekeningen wijzen op de ambtelijke verwerking: de verzenddatum is genoteerd en er is een indicatie dat de wijziging in de administratieve "kaart" (het register) is verwerkt. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straatmarkten aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Dappermarkt in Amsterdam-Oost was in deze periode een vitale economische plek, zeker voor de grote Joodse gemeenschap in de omliggende wijken.
De familie Lymer (mogelijk ook gespeld als Limer) was woonachtig in de Vrolikstraat, een straat die zwaar getroffen zou worden tijdens de latere deportaties. Documenten als deze zijn vaak de laatste bureaucratische sporen van het normale dagelijkse en economische leven van Joodse marktkramers voordat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter hun werk en leven onmogelijk maakten.