Administratief bijblad / dossierkaart (Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad / dossierkaart (Model No. 14). Januari - Februari 1939. [Rechtsboven, in potlood:]
662
[Linksboven, in stempelkader:]
BIJBLAD VAN:
M.^v No. 26/6/1 1939
DOORGEZONDEN: 26/1
[Midden, handgeschreven in blauwe inkt/potlood:]
J. H. Barnstein
pl 12 Dapperstraat
Hr. Perez,
m.i.v. 30 Jan '39
afvoeren amb.
27/1 '39 [Onleesbare handtekening, mogelijk Smits]
[Linksonder, handgeschreven in blauwe inkt/potlood:]
Kan als afgedaan
worden beschouwd.
2/2 '39 [Onleesbare handtekening, mogelijk Smits]
[Rechtsonder, handgeschreven in potlood:]
Gezien
27-1-39
[Onleesbare handtekening, mogelijk de Boer]
[Linksonder, gedrukte voettekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een administratief "bijblad", gebruikt voor het bijhouden van acties in een dossier. Het betreft een persoon genaamd J. H. Barnstein, woonachtig aan de Dapperstraat 12 te Amsterdam.
De kern van de notitie is de instructie "afvoeren amb." (ambtshalve afvoeren) met ingang van (m.i.v.) 30 januari 1939. Ambtshalve afvoer uit het bevolkingsregister gebeurde wanneer een persoon vertrokken was zonder een nieuw adres op te geven, of wanneer de verblijfplaats onbekend was geworden. De naam "Hr. Perez" kan duiden op de ambtenaar die de zaak in behandeling had of een contactpersoon.
Het document toont een kort administratief proces:
1. 26 januari 1939: Het dossier wordt doorgezonden.
2. 27 januari 1939: De mutatie (afvoeren) wordt genoteerd en "gezien" door een controleur.
3. 2 februari 1939: De zaak wordt formeel als "afgedaan" (afgehandeld) beschouwd. De datum (januari 1939) en de locatie (Dapperstraat, een straat in de Amsterdamse Dapperbuurt met destijds veel Joodse inwoners) zijn historisch significant. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog vonden er veel administratieve mutaties plaats in de bevolkingsregisters.
Hoewel de term "ambtshalve afvoeren" een standaard administratieve procedure was, kreeg het in de context van de late jaren '30 en de vroege oorlogsjaren vaak een wrange bijklank, aangezien het kon wijzen op vlucht, onderduik, of andere vormen van gedwongen vertrek waarbij men zich niet (kon) uitschrijven. Gezien de datum, ruim een jaar voor de Duitse inval in Nederland, betreft dit waarschijnlijk nog een reguliere administratieve handeling binnen het toenmalige ambtelijke apparaat, mogelijk gerelateerd aan emigratie of verhuizing naar een onbekende bestemming.