Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 7 februari 1939 (gebaseerd op het stempel "M. 1939 7/2"). J.J. Hofman, wonende aan de Halmaheirastraat 4-III, Amsterdam-Oost. [Stempel:] Nº 26/7/11 M. 1939 7/2
[Aantekening rechtsboven:] ni insp.
Mijnheer
Naar uw waarschuwing
over de plaats op het
Dapperplein, vraag ik be-
leeft nog een paar maante
uitstel, kan ook eerder
wezen, daar ik nog niet
kan werken, daar ik nog
veel last heb van rematiek
en daar ik geen steun betrek
want ik moet van [doorgehaald: van] mijn kinden
leven, dus nog niet bij
machten ben te betalen
maar als dat moet dan
komt dat Geld er ook wel
hoopende op een goed
antwoord verblijf ik met
Hoogachting
J J Hofman
Staanplaats Dapperplein
over Simon de Wit.
Halmaheirastraat
4 III
Oost.
[Rechtsonder:] 26 In deze brief verzoekt J.J. Hofman om uitstel van betaling voor de leges of huur van een staanplaats op de Dappermarkt. De aanleiding is een ontvangen "waarschuwing", vermoedelijk een aanmaning voor achterstallige betaling.
De briefschetst een schrijnend beeld van de persoonlijke omstandigheden van de afzender:
1. Gezondheid: Hofman lijdt aan "rematiek" (reuma), waardoor werken onmogelijk is.
2. Financiële status: Hij ontvangt geen "steun" (werkloosheidsuitkering of bijstand) en is voor zijn levensonderhoud volledig afhankelijk van zijn kinderen.
3. Toon: De toon is enerzijds nederig ("beleeft"), maar eindigt met een zekere vastberadenheid ("als dat moet dan komt dat Geld er ook wel"), wat suggereert dat hij koste wat kost zijn staanplaats wil behouden.
De spelfouten (zoals "maante", "rematiek", "kinden", "antwoord") en de zinsbouw wijzen op een schrijver met een beperkte formele opleiding, wat typerend was voor de arbeidersklasse in die periode. Het document dateert van februari 1939, de nadagen van de Grote Depressie in Nederland. De armoede was groot en veel kleine zelfstandigen, zoals marktkooplieden op de Amsterdamse Dappermarkt, vochten voor hun bestaan.
De verwijzing naar "Simon de Wit" is geografisch specifiek; deze bekende kruideniersketen had een vestiging aan de Dapperstraat/Dapperplein. De staanplaats van Hofman bevond zich blijkbaar direct tegenover deze winkel. De brief is waarschijnlijk gericht aan de Gemeentelijke Marktdienst van Amsterdam. Dergelijke verzoeken om uitstel waren in de jaren '30 schering en inslag bij de gemeentelijke diensten, daar veel burgers de eindjes nauwelijks aan elkaar konden knopen. J.J. Hofman