Ambtsbericht/Rapportage betreffende een marktklacht.
Origineel
Ambtsbericht/Rapportage betreffende een marktklacht. 21 maart 1939. J. Renz, Marktopziener. Dapperstraat 21 Maart 1939
Den Heer
Inspecteur
De klacht van Mevr: Reinders is hoofdzake-
lijk dat de door haar bedoelde koopman,
H. Jonkman pl: n$^\text{r}$: 5, zijn art: goedkoper ver-
koopt dan Mevr: Reinders het in haar winkel
verkoopt. M.i: is hier niet veel aan te doen,
wel is H. Jonkman zoolang hij die art: verkoopt,
verplaatst naar de overzijde van de
Dapperstraat.
Marktopz.
J. Renz
[Marginale notitie in potlood:]
Hr. Renz nader
rapporteerend over het
plaatsen van een
tweede kar en
hulp van dochter.
23-3-39
[onleesbare paraaf, mogelijk deBoer]
In aansluiting op bovenstaand rapport, meld
ik U nog, dat dhr: H. Jonkman pl: n$^\text{r}$ 5, zijn vrouw hem
behulpzaam is. Het hebben van twee plaatsen is niet
juist, de tweede plaats is toegewezen aan F.G. de
Bruijn, voorkeurskaart 181 (compagnon van Jonkman)
Mevr: Reinders haar belangrijkste verkoop
art: is foto toestellen en aanverwante art:
Marktopz:
J. Renz Het document betreft een onderzoek naar een klacht over oneerlijke concurrentie op de Dappermarkt in Amsterdam. Mevrouw Reinders, die een vaste winkel in de Dapperstraat exploiteert, klaagt over marktkoopman H. Jonkman (standplaats 5). Het hoofdpunt van de klacht is dat Jonkman dezelfde artikelen goedkoper aanbiedt dan zij in haar winkel kan doen.
De marktopziener, J. Renz, concludeert aanvankelijk dat hij weinig aan de prijsstelling kan doen, maar heeft de koopman uit coulance naar de overkant van de straat verplaatst om de directe confrontatie met de winkelpui van Reinders te verminderen.
Uit het tweede deel van de rapportage (geschreven na een instructie in de kantlijn van 23 maart) blijkt dat er ook onduidelijkheid was over het aantal plaatsen dat Jonkman bezette. Renz verduidelijkt dat Jonkman geholpen wordt door zijn vrouw en dat de tweede kraam officieel op naam staat van zijn compagnon, F.G. de Bruijn. Cruciaal is de laatste zin: de betwiste handelswaar betreft "foto toestellen en aanverwante art:". Dit geeft een interessant beeld van de luxe goederen die in 1939 reeds op de markt werden verhandeld. De Dapperstraat is sinds het begin van de 20e eeuw de locatie van een van de drukste dagmarkten van Amsterdam. De spanning tussen de 'vaste' winkeliers en de ambulante handelaren (marktkooplieden) is een terugkerend thema in de Amsterdamse economische geschiedenis. Winkeliers hadden te maken met hogere overheadkosten (huur, belastingen) en zagen de lagere prijzen op de markt vaak als een bedreiging voor hun voortbestaan.
De datum van het document, maart 1939, plaatst dit incident in de periode vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het toezicht op de markt was in deze tijd strak georganiseerd met specifieke standplaatsnummers en "voorkeurskaarten" (vergunningen op basis van anciënniteit). De bemoeienis van de inspectie met een specifieke klacht over fototoestellen toont aan dat de marktdienst destijds zeer gedetailleerd toezicht hield op de onderlinge verhoudingen in de winkelstraten. De klacht (Inspecteur) F.G. de