Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 105
Dossier 17
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie).

9 mei 1939. Van: J. Renz, "Marktopp.." (Marktopper/Marktoppasser, een toezichthouder op de markt).

Origineel

Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie). 9 mei 1939. J. Renz, "Marktopp.." (Marktopper/Marktoppasser, een toezichthouder op de markt). Dapperstraat [linksboven]
9 Mei 1939 [rechtsboven]

Den Heer
Inspecteur

Alhoewel Dhr. C. Kreysig pl: n^o 35, ook een
winkel heeft, zou ik U toch in overweging
willen geven, het verzoek om assistentie, door
G. Kreysig, in verband met de voeding van hun
kindje, alleen voor zaterdag, toe te staan tot
1 Aug: 1939 -

Marktopp..
J. Renz Het betreft een kort, zakelijk schrijven waarin een marktmeester (J. Renz) bemiddelt voor een marktkoopman.

  • De kern van de zaak: De heer C. Kreysig heeft een vaste standplaats op de markt (nummer 35), maar bezit daarnaast ook een fysieke winkel. Volgens de toenmalige marktverordeningen was het vaak niet toegestaan om extra hulp te hebben of bepaalde privileges te genieten als men al een winkel bezat, om oneerlijke concurrentie te voorkomen.
  • Het verzoek: Er is een verzoek ingediend om G. Kreysig (vermoedelijk de echtgenote van C. Kreysig) als assistent op de markt toe te laten.
  • De motivatie: De reden voor deze uitzondering is menselijk van aard: "in verband met de voeding van hun kindje". Dit suggereert dat de aanwezigheid van de moeder op of nabij de marktkraam noodzakelijk is voor de zorg/borstvoeding van de baby, terwijl de vader wellicht de winkel moet bemannen of hulp nodig heeft bij de kraam.
  • Het advies: Renz adviseert de inspecteur om dit verzoek voorlopig in te willigen, maar stelt strikte voorwaarden: alleen op zaterdagen (de drukste marktdag) en met een einddatum van 1 augustus 1939. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de strikte regelgeving op de Amsterdamse markten (in dit geval de Dappermarkt) vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

In de jaren '30 was de regelgeving rondom marktplaatsen streng. Het feit dat een marktmeester zich genoodzaakt voelt om een uitzondering te beargumenteren op basis van "het voeden van een kindje" laat zien dat de bureaucratie tot in de kleinste details van het gezinsleven doordrong. Tegelijkertijd toont het de menselijke kant van de marktoppasser, die een pragmatische oplossing zoekt voor een jonge familie. De einddatum van 1 augustus suggereert dat men verwachtte dat de situatie (de leeftijd van het kind of de noodzaak voor specifieke voedingstijden) tegen die tijd veranderd zou zijn.

Samenvatting

Het betreft een kort, zakelijk schrijven waarin een marktmeester (J. Renz) bemiddelt voor een marktkoopman.

  • De kern van de zaak: De heer C. Kreysig heeft een vaste standplaats op de markt (nummer 35), maar bezit daarnaast ook een fysieke winkel. Volgens de toenmalige marktverordeningen was het vaak niet toegestaan om extra hulp te hebben of bepaalde privileges te genieten als men al een winkel bezat, om oneerlijke concurrentie te voorkomen.
  • Het verzoek: Er is een verzoek ingediend om G. Kreysig (vermoedelijk de echtgenote van C. Kreysig) als assistent op de markt toe te laten.
  • De motivatie: De reden voor deze uitzondering is menselijk van aard: "in verband met de voeding van hun kindje". Dit suggereert dat de aanwezigheid van de moeder op of nabij de marktkraam noodzakelijk is voor de zorg/borstvoeding van de baby, terwijl de vader wellicht de winkel moet bemannen of hulp nodig heeft bij de kraam.
  • Het advies: Renz adviseert de inspecteur om dit verzoek voorlopig in te willigen, maar stelt strikte voorwaarden: alleen op zaterdagen (de drukste marktdag) en met een einddatum van 1 augustus 1939.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven en de strikte regelgeving op de Amsterdamse markten (in dit geval de Dappermarkt) vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

In de jaren '30 was de regelgeving rondom marktplaatsen streng. Het feit dat een marktmeester zich genoodzaakt voelt om een uitzondering te beargumenteren op basis van "het voeden van een kindje" laat zien dat de bureaucratie tot in de kleinste details van het gezinsleven doordrong. Tegelijkertijd toont het de menselijke kant van de marktoppasser, die een pragmatische oplossing zoekt voor een jonge familie. De einddatum van 1 augustus suggereert dat men verwachtte dat de situatie (de leeftijd van het kind of de noodzaak voor specifieke voedingstijden) tegen die tijd veranderd zou zijn.