Ambtelijk advies / Interne notitie.
Origineel
Ambtelijk advies / Interne notitie. 31 augustus 1939 (met kanttekeningen van 20 juli en 26 augustus 1939). [Linkermarge:]
Nader advies a.v.p.
in verband met 20/20/2 M d d.
20 juli 1939. 26-8-39 [paraaf]
[Hoofdtekst:]
Op het Dapperplein is aan twee plaatshouders ver-
gunning verleend om visch te bakken. Van deze
vergunning wordt door beide plaatshouders geregeld
gebruik gemaakt. Direct na de uitgifte dezer vergunningen
kwamen er bij den Dienst van het marktwezen klachten
van winkeliers. Met veel moeite heb ik toen deze klachten
den kop in weten te drukken. Ik vrees echter, dat
wanneer thans aan een koopman vergunning zou
worden verleend om op het Dapperplein patates-frites
te bakken, bedoelde winkeliers opnieuw met klachten
zullen komen en het bestaan van de vischbakkers
in gevaar zou worden gebracht.
Ik geef dan ook in overweging het verzoek af te
wijzen.
Op de Zondagsmarkt is aan Polak toegestaan
patates-frites te bakken. Eenzelfde toestemming zal
waarschijnlijk worden verleend aan Monterinst.
Ik vind dit voor de Zondagsmarkt ruim voldoen-
de. Meerdere vergunningen zullen aanleiding ge-
ven tot zware onderlinge concurrentie met als
gevolg ordeverstoring op de markt en klachten
van kooplieden inzake belemmering van
het uitoefenen van hun bedrijf.
In verband met een en ander stel ik u dan
ook voor, ook voor deze markt op het verzoek
afwijzend te adviseeren.
(zie rapporten marktambtenaren)
31.8-39
[handtekening: de Boer]
[Onderaan in rode inkt:]
26/38/2 $\downarrow$ 5/9/39 # 2.02. De auteur van dit document, waarschijnlijk een inspecteur of leidinggevende bij de Dienst van het Marktwezen (ondertekend door 'de Boer'), adviseert negatief over het uitbreiden van het aantal vergunningen voor warm eten op de markt. Er worden twee hoofdargumenten aangedragen:
1. Behoud van de sociale vrede met de buurt: De komst van visbakkers op het Dapperplein had eerder al geleid tot verzet van de vaste winkeliers (de "winkelstand"). De ambtenaar vreest dat een nieuwe patatkraam deze oude vete weer zal aanwakkeren en de zittende visbakkers economisch zal schaden.
2. Preventie van marktverstoring: Voor de Zondagsmarkt wordt gesteld dat twee kramen (Polak en de beoogde vergunninghouder Monterinst) voldoende zijn. Toevoeging van meer kramen zou leiden tot "zware onderlinge concurrentie", wat destijds werd gezien als een risico voor de openbare orde en de stabiliteit van het marktwezen.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("in overweging geven", "den kop in weten te drukken") en hanteert de toen geldende spelling (zoals "visch" en "adviseeren"). Het document dateert van de laatste dagen van augustus 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een uniek inkijkje in de micro-economie van de Amsterdamse markten in die tijd.
Het Dapperplein was (en is) een centrale marktplaats in Amsterdam-Oost. Opvallend is de vermelding van "patates-frites". In de jaren '30 begon de populariteit van de patatkraam toe te nemen, maar dit stuitte vaak op weerstand van zowel de overheid (vanwege hygiëne en orde) als de gevestigde middenstand, die deze vorm van ambulante handel als oneerlijke concurrentie zag. De "Zondagsmarkt" in Amsterdam was historisch verbonden met de Joodse buurten, maar de regulering hiervan was in de jaren '30 een voortdurend punt van politieke discussie. De angst voor "ordeverstoring" door concurrentie was een klassiek motief in de vooroorlogse marktregulering, waarbij de overheid probeerde de marktwerking te beheersen om sociale onrust te voorkomen.