Brief (handgeschreven).
Origineel
Brief (handgeschreven). A. Sploester (vermoedelijke naam op basis van signatuur). Toen begon de pret de vrouwen
werden hand gemeen, dat kon natuurlijk
niet nablyven, want u voelt wel dat mijn
vrouw der zoo niet weg laat sturen terijl
het geld daar en zit. U voelt wel Mijnheer
dat is toch een behandeling mijnheer die
niet te pas komt. U moet weten dat mijn
vrouw daar al jaren acht de Hal komt.
Wij waren er heelemaal van ontdaan van
zoon geval, Hopende dat u Edele Heer
eenig overzicht kunt krijgen wat de bedoeling
is. daar om vraag ik u beleefd om inlichting
of mijn vrouw bij die Hal mag staan ja
of nee. of dat u een bewijs laat kome kom-
het zij hoe of wat.
Hopend op een Gunstig besluit
En teeken met de Meeste Hoogachting
A Sploester
Madurastraat 99 II
A’dam Oost * Taal en Spelling: De brief is geschreven in een ietwat volks, maar beleefd Nederlands. Er zijn diverse archaïsche en fonetische spellingen zichtbaar, zoals "nablyven" (nablijven), "terijl" (terwijl), "zoon" (zo'n) en "en zit" (in zit). Het gebruik van "u Edele Heer" getuigt van een formeel respect naar de autoriteiten.
* Inhoud: De schrijver doet verslag van een incident waarbij vrouwen "hand gemeen" (aan het vechten) raakten. Zijn vrouw werd blijkbaar weggestuurd, wat de schrijver onterecht vindt omdat er nog geld van hen in de zaak zat (mogelijk een borg of vooruitbetaling). Hij benadrukt dat zijn vrouw al jaren bij "de Hal" komt en vraagt om een officiële bevestiging of een bewijs of zij daar nog mag staan.
* Toon: De toon is verontwaardigd doch onderdanig. De schrijver is duidelijk "ontdaan" door de situatie en zoekt rechtszekerheid voor zijn echtgenote. De brief lijkt te verwijzen naar de Centrale Markthallen of een soortgelijke distributiehal in Amsterdam. In periodes van schaarste of strikte regulering (zoals tijdens of vlak na de Eerste Wereldoorlog) konden de gemoederen in rijen voor voedsel of goederen hoog oplopen, wat het "handgemeen" tussen de vrouwen verklaart. De "Madurastraat" bevindt zich in de Indische Buurt in Amsterdam-Oost, een wijk die rond 1900-1920 werd bebouwd, wat aansluit bij het tijdsbeeld van de brief. Het verzoek om een "bewijs" duidt op een behoefte aan officiële legitimatie in een bureaucratische context.