Dienstbrief / Officiële kennisgeving van bestraffing.
Origineel
Dienstbrief / Officiële kennisgeving van bestraffing. De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. Den Heer S. à Cathan, Rapenburgerstraat 191 I, Amsterdam-Centrum. [Bovenaan handgeschreven:]
Zien M. de Boer.
extra
[Getypt:]
HG.
26/54/3 M.
14 September 1939.
den Heer S. à Cathan,
Rapenburgerstraat 191 I,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 9 September jl. op de markt aan de Dapperstraat aan wangedrag heeft schuldig gemaakt, waardoor U den goeden gang van zaken op die markt heeft verstoord. In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten, heb gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen en wel voor den tijd van drie dagen, namelijk van Maandag 18 September tot en met Woensdag 20 September a.s.
De Directeur,
[Stempel linksonder de ondertekening:]
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: Dit document is een formeel besluit tot een administratieve sanctie. De heer S. à Cathan wordt gestraft voor "wangedrag" op de Dapperstraatmarkt op 9 september 1939. Hoewel de brief niet specificeert wat dit gedrag inhield, was het ernstig genoeg om de orde te verstoren en een officiële sanctie te rechtvaardigen.
De strafmaat is de tijdelijke ontzegging van het recht om op enige markt in Amsterdam een standplaats in te nemen voor de duur van drie dagen. Voor een marktkoopman betekende dit een directe derving van inkomsten. De brief is juridisch onderbouwd met een verwijzing naar artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De stempel onderaan geeft aan dat dit een afschrift is van de 'minute' (het originele concept in het archief) dat door de directeur is goedgekeurd. De datum van de brief, 14 september 1939, is historisch relevant: dit is slechts twee weken na de Duitse inval in Polen en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Nederland was op dit moment nog neutraal, maar de mobilisatie was in volle gang en de spanning in de stad was voelbaar.
De locatiegegevens in de brief zijn tekenend voor het vooroorlogse Amsterdamse Joodse leven. De ontvanger woonde aan de Rapenburgerstraat, een centrale as in de Joodse buurt van Amsterdam. Veel Joodse bewoners uit deze buurt vonden hun broodwinning als koopman op markten zoals de nabijgelegen Dappermarkt of de Waterloopleinmarkt. Dit document illustreert de strikte handhaving van de openbare orde en marktreglementen door de gemeente Amsterdam in een tijd van toenemende maatschappelijke spanningen, vlak voordat de bezetting de Joodse marktkooplieden volledig uit het economische leven zou bannen.