Afschrift van een brief en een daaropvolgend ambtsbericht.
Origineel
Afschrift van een brief en een daaropvolgend ambtsbericht. A f s c h r i f t .
No.46A/345/2 M. 1942 29/6.
No:77/12 L.M.1942 4/6.
30/5 1942.
Hooggeplaatst heer Burgemeester,
Is het mogelijk dat J.Vogel, Linnaeusdwarsstraat 24 I, met visch mag venten en twee courante wijken mach hebben dus dubbelde verdienste. Daar er nu wel wat aan de visch verdient word. En ik en nog honderden niet met visch mogen venten. Maar wel een ventvergunning hebben.
Wil U zoo goed zijn en daar eens een onderzoek naar instellen.
Een straatventer.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad-en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den heer Directeur van het Marktwezen om advies.
A'dam, 11 Juni 1942.
No.46A/345/1 M. 1942 13/6. * Inhoud: De kern van het document is een anonieme klacht van een "straatventer" aan de burgemeester van Amsterdam. De schrijver beklaagt zich over een zekere J. Vogel uit de Linnaeusdwarsstraat, die volgens de afzender over twee winstgevende wijken beschikt terwijl vele anderen (waaronder de schrijver zelf) ondanks hun vergunning geen toestemming krijgen om vis te verkopen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is direct en enigszins onbeholpen ("mach hebben", "verdient word", "dubbelde"), wat wijst op een schrijver uit de arbeidersklasse. Het is een duidelijke uiting van frustratie over economische ongelijkheid in een tijd van schaarste.
* Administratieve afhandeling: Het onderste gedeelte van de brief toont de ambtelijke molen. De Wethouder voor Levensmiddelen stuurt de klacht door naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. Dit duidt op een formele, bureaucratische procedure voor het behandelen van klachten van burgers, zelfs anonieme. Dit document stamt uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan goederen en voedsel (zoals vis) groot en was alles strikt gereguleerd via distributiestelsels en vergunningen.
- Economische spanning: De klacht illustreert de onderlinge afgunst en de overlevingsstrijd onder kleine zelfstandigen. Vis was een schaars en dus lucratief product geworden ("Daar er nu wel wat aan de visch verdient word").
- Collaboratie en verklikking: Hoewel deze brief op het eerste gezicht een zakelijke klacht lijkt, past hij in het bredere patroon van de "brieven aan de burgemeester" uit de oorlogstijd. Dergelijke klachten konden in die tijd zeer gevaarlijk zijn, zeker als de beklaagde van Joodse afkomst was of op een andere manier onwelgevallig was voor het bezettingsregime. In juni 1942 waren de anti-Joodse maatregelen in Amsterdam in volle gang; Joden werden systematisch uit het economische leven geweerd. Een onderzoek door het Marktwezen kon voor de betrokken persoon verregaande gevolgen hebben.
- Bestuur: De genoemde "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam in 1942 was de NSB'er W.J. Pollmann. De burgemeester was de door de bezetter benoemde regeringscommissaris Edward Voûte. Het document geeft een inkijkje in hoe het stadsbestuur onder nationaalsocialistisch toezicht omging met meldingen uit de bevolking.