Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 152
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief (doorslag of kopie).

18 juni 1942. Van: De Bonefide vishandel (namens de Amsterdamse viswinkeliers).

Origineel

Getypt afschrift van een brief (doorslag of kopie). 18 juni 1942. De Bonefide vishandel (namens de Amsterdamse viswinkeliers). 46A/308 / 1.17. 1542 A F S C H R I F T .
No.259 L.M. 1942
Amsterdam, 18- 6-'42

Weled. Heer,
Ondergrt., zaakdrijvende in versche, gerookte, gebakken vis, verzoekt
UED beleefd lastig te mogen vallen met een vriendelijk verzoek ten
behoeve van de bonefide viswinkeliers te Amsterdam,

Na mij tot vrschillende instanties gewend te hebben voor een betere
visvoorziening voor ons bonefidewinkeliers die nu nagenoeg den geheele
week gesloten zijn aangezien onze toewijzing,ontvangendoor bemiddeling
der Gemeente visafslag te Amsterdam op aanwijzing eemer Commissie aange-
steld door de Ned. visserij Centrale, niet voldoende zijn om onze zaken
drijvende te houden, aangezien wij tot op heden nu is het Donderdagavond
nog niets hebben ontvangen en de week haast tej einde is, en losse hande-
laren dien ieder jaar alleen dan ten markt verschijnen als er een overvle-
vloed aan vis was en er op andere markten niets voor hen was of de
steun uit moesten zijn nu gelijk gesteld met ons bonefide handelaren
dien het geheele jaar alleen en uitsluitend voor de vishandel hebben
meoten eten, en nu met hun volle kosten van den huur enz. maar moeten
zien hun zaak drijvende te houden, zoo ook met dee fruitzaken dien
met de grootste kwantums gerookte aal gaan strijken, aangezien dien
zaken van aale artikelen toewijzingenontvangen o.a. fruit, koek,
chocolade, suikerwerken, ijs en voor de oorlog nagenoeg geen aal hebben
verkocht, nagenoeg een dubbelen toewijzing te mogen betrekken van onze
grossiers, dit kon kon onmogelijk volgens de visserij centrale, maar
kon wel in 1940 en 1941 en toen hoefde wij geen dag gesloten te zijn
wat voor de voedselvoorziening Uwer gemeente toch zeker beter is
dan nu er bijna geen aal in Amsterdam aangevoerd wordt, daar wij bij
de vorige regeling onze kwantum ontvingen waarop wij volgens onze vaste
grossiers recht ~~hadden.~~ hadden. Als er nu voor dien regeling zulke
groote bezwaren zouden bestaan, is er dan voor de bonefide viszaken,
dien aan kunnen toonen dat zij grootte kwantums hebben verkocht in de
jaren 1938-1939, een grootere toewijzing kunnen verstrekt worden en
een afvoering van dien menschen dien geen geheel jaar van de vishandel
hebben geleefd, aangesien het publiek bij ons geen aal kunnen verkrijgen
en ons voor clandestiene handelaars uitmaakt daar zij zich niet kunnen
voorstellen dat er in een viswinkel in 4 - 5 of 6 dagen geen aaltje
te krijgen is Hopende dat UED door bemiddeling van Uw Wethouder een
gezondere toestand zult kunnen verkrijgen voor de bonefide viszaken
en wij weer in staat zullen zijn onze klanten te kunnen bedienen, ver-
blijvend in afwachting

Hoogachtend

De Bonefide vishandel. * Taal en spelling: De tekst bevat diverse typfouten en archaïsche spellingen die kenmerkend zijn voor haastig getypte zakelijke correspondentie uit die tijd (bijv. "vrschillende", "meoten", "ontvangendoor", "eemer"). De term "bonefide" (bonafide) wordt consequent gebruikt om het onderscheid aan te geven tussen gevestigde winkeliers en "gelukzoekers".
* Kern van het beklag: De gevestigde viswinkeliers in Amsterdam zitten zonder voorraad en moeten hun deuren sluiten. Ze beklagen zich erover dat de Nederlandse Visserij Centrale via een commissie vis toewijst aan partijen die normaal niet in vis handelen, zoals fruitwinkels en gelegenheidshandelaren ("losse handelaren").
* Economische nood: De schrijver wijst op de vaste lasten (huur) die doorlopen terwijl er geen omzet is.
* Sociale druk: Er is sprake van reputatieschade; de klanten beschuldigen de winkeliers van "clandestiene handel" (zwarte handel) omdat ze niet geloven dat er werkelijk helemaal geen vis leverbaar is. Dit document stamt uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiestelsel. Vis was een schaars goed geworden, deels door de beperkingen op de visserij op de Noordzee (vanwege mijnen en militaire zones) en deels door grootschalige uitvoer naar Duitsland.

De Nederlandse Visserij Centrale (NVC) was het orgaan dat de distributie controleerde. De brief illustreert de frictie tussen de traditionele vakhandel en de bureaucratie van de bezettingstijd. Het feit dat "fruitzaken" wel aal kregen toegewezen, duidt op een scheve verhouding in de distributiebonnen of op corruptie binnen het toewijzingssysteem. De vrees voor de beschuldiging van "clandestiene handel" was zeer reëel, aangezien hier zware straffen op stonden en het de sociale cohesie in de wijken onder druk zette.

Samenvatting

  • Taal en spelling: De tekst bevat diverse typfouten en archaïsche spellingen die kenmerkend zijn voor haastig getypte zakelijke correspondentie uit die tijd (bijv. "vrschillende", "meoten", "ontvangendoor", "eemer"). De term "bonefide" (bonafide) wordt consequent gebruikt om het onderscheid aan te geven tussen gevestigde winkeliers en "gelukzoekers".
  • Kern van het beklag: De gevestigde viswinkeliers in Amsterdam zitten zonder voorraad en moeten hun deuren sluiten. Ze beklagen zich erover dat de Nederlandse Visserij Centrale via een commissie vis toewijst aan partijen die normaal niet in vis handelen, zoals fruitwinkels en gelegenheidshandelaren ("losse handelaren").
  • Economische nood: De schrijver wijst op de vaste lasten (huur) die doorlopen terwijl er geen omzet is.
  • Sociale druk: Er is sprake van reputatieschade; de klanten beschuldigen de winkeliers van "clandestiene handel" (zwarte handel) omdat ze niet geloven dat er werkelijk helemaal geen vis leverbaar is.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiestelsel. Vis was een schaars goed geworden, deels door de beperkingen op de visserij op de Noordzee (vanwege mijnen en militaire zones) en deels door grootschalige uitvoer naar Duitsland.

De Nederlandse Visserij Centrale (NVC) was het orgaan dat de distributie controleerde. De brief illustreert de frictie tussen de traditionele vakhandel en de bureaucratie van de bezettingstijd. Het feit dat "fruitzaken" wel aal kregen toegewezen, duidt op een scheve verhouding in de distributiebonnen of op corruptie binnen het toewijzingssysteem. De vrees voor de beschuldiging van "clandestiene handel" was zeer reëel, aangezien hier zware straffen op stonden en het de sociale cohesie in de wijken onder druk zette.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26