Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 153
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

1 juli 1942. Van: Vishandel Nippers (gevestigd aan de Bos en Lommerweg 112, Amsterdam).

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 1 juli 1942. Vishandel Nippers (gevestigd aan de Bos en Lommerweg 112, Amsterdam). Noot: De spelling, interpunctie en typefouten uit het origineel zijn aangehouden.

A F S C H R I F T .

Amsterdam 1-7-42

Weled Heer.

Onderget, zaak drijvend in versche en ggerookte vis is zoo vrij UED llastig te vallen met een beleefd verzoek, of UED voor ons Amster-damsche viswinkeliers geen verzoek tot de Ned visserij Cehtrale kunt doen, om ook voor ons die zelfde rechten te laten gelden, als welke nu de volendamsche vishandelaren genieten, welke niet eens in deze Gemeente wonen alleen maar verkopen
De voordelen dien nu niet Amsterdamsche kooplieden (Volendamsche) genieteh zijn, minstens van 2 tot 5 toewijzingen per week, plus hun toewijzingen van hun grossiers mogen van hun aal net zooveel laten raoken als zij willen, mogen in hun zaken aan hun vaste klanten op nummers verkoopen
Al deze voordelen zijn ons verboden door de Ned. Visserij Centrale, alleen mogen wij onze vis betrekken op toewijzing van de Gemeente visverdeeling Amsterdam, niet van onze grossiers, en mogen ook niets laten rooken wat ook van onze toewijzing niet zou kunnen, aangezien wij 1 toewijzing in de 10 dagen ontvangen. Ben persoonlijk in bezit van nagenoeg ( alla vis ) allemaal dubbele toewijzingen, waar ik ook recht op heb, naar aanleiding van mijm voor oorlogsche verkoop dien den Haag bekend zijn, maar ben tot op het oogenblik 9 dagen ondoor Brokengesloten, UED zult begrijpen dat wij daarvan onze kosten onmo-gelijk kunnen dekken, en op deze manier gedoemd zijn te sluiten, aan-gezien miju klanten bij mij in de zaak alleen peperdure zeevis kunnen krijgen en geen goedkoope aal en zoetwaterviisch aangezien zij in de volendamsche winkels ( er zijn er drie in mijn onmiddellijke omgeving Bosch en Lommerweg) haast alle dagen goedkoope aal kunnen krijgen en voor hun dure vis ook naar dien zaken gaan om gauwer in aanmer-king te komen vaar aal.
De bezwaren dien de visserij Centrale maakt zijn, dat er controle op de visprijzen er mede gediend zijn, ik zie het nut er niet van in, aan-gezien wij controle genoeg hebben en het kwantum van ons ter verkoop aangeboden vis toch niets met de controle heeft te maken.
Wanneer wij winkeliers weer van omze grossiers mogen betrekken en niet van de visverdeeling in Amsterdam, kan de controle op markten en van de venters hun verkoop hetzelfdev blijven, wij hebben controle ge-noeg in onze zaken, en kunnen de burgerij weer meer aal aanbieden en hebben weer reden van bestaan, Hopende dat Ued dit schrijnend onrecht ons Amsterdamsche viswinleliers aangedaan, zult opheffen, door voor on ons weer toestemming te verkrijgen dat wij weer percentagegewijs van onze grossiers geleverd kunnen krijgen, verblijf ik in afwachting,

hoogachtend Nippers vishandel
Amst. (W) Bosch en Lommerweg 112 De brief is een noodkreet van een Amsterdamse vishandelaar tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht is de bureaucratische ongelijkheid in het distributiesysteem. De Nederlandse Visserij Centrale (NVC) hanteerde strikte toewijzingen, maar volgens de schrijver werden handelaren uit Volendam (die in Amsterdam verkochten) bevoordeeld boven de lokale Amsterdamse winkeliers.

De schrijver wijst op een vicieuze cirkel: omdat hij geen aal (paling) of goedkope zoetwatervis mag inkopen bij grossiers en slechts één toewijzing per tien dagen krijgt, kan hij zijn vaste lasten niet dekken. Bovendien verliest hij klanten aan de concurrentie, omdat klanten de "peperdure zeevis" bij hem mijden in de hoop via de Volendamse winkels makkelijker aan de schaarse aal te komen. De tekst bevat verschillende spelfouten (zoals "ggerookte", "Cehtrale", "vaar aal") die wijzen op een haastig of emotioneel geschreven concept dat later als afschrift is getypt. In 1942 was de voedselvoorziening in Nederland volledig onderworpen aan het distributiestelsel van de bezetter. De Nederlandse Visserij Centrale (NVC) was het orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de verdeling van de vangst. Paling (aal) was een gewild product, maar door de oorlogssituatie en export naar Duitsland zeer schaars voor de gewone burger.

De locatie die genoemd wordt, de Bos en Lommerweg 112, ligt in een buurt die tijdens de uitbreiding van Amsterdam in de jaren '30 was gebouwd. Veel kleine ondernemers in deze wijken hadden het zwaar door de rantsoenering. De brief illustreert de onderlinge spanningen tussen verschillende groepen handelaren (Amsterdammers versus Volendammers) die ontstonden door de schaarste en de stringente regelgeving vanuit Den Haag.

Samenvatting

De brief is een noodkreet van een Amsterdamse vishandelaar tijdens de Duitse bezetting. De kern van de klacht is de bureaucratische ongelijkheid in het distributiesysteem. De Nederlandse Visserij Centrale (NVC) hanteerde strikte toewijzingen, maar volgens de schrijver werden handelaren uit Volendam (die in Amsterdam verkochten) bevoordeeld boven de lokale Amsterdamse winkeliers.

De schrijver wijst op een vicieuze cirkel: omdat hij geen aal (paling) of goedkope zoetwatervis mag inkopen bij grossiers en slechts één toewijzing per tien dagen krijgt, kan hij zijn vaste lasten niet dekken. Bovendien verliest hij klanten aan de concurrentie, omdat klanten de "peperdure zeevis" bij hem mijden in de hoop via de Volendamse winkels makkelijker aan de schaarse aal te komen. De tekst bevat verschillende spelfouten (zoals "ggerookte", "Cehtrale", "vaar aal") die wijzen op een haastig of emotioneel geschreven concept dat later als afschrift is getypt.

Historische Context

In 1942 was de voedselvoorziening in Nederland volledig onderworpen aan het distributiestelsel van de bezetter. De Nederlandse Visserij Centrale (NVC) was het orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en de verdeling van de vangst. Paling (aal) was een gewild product, maar door de oorlogssituatie en export naar Duitsland zeer schaars voor de gewone burger.

De locatie die genoemd wordt, de Bos en Lommerweg 112, ligt in een buurt die tijdens de uitbreiding van Amsterdam in de jaren '30 was gebouwd. Veel kleine ondernemers in deze wijken hadden het zwaar door de rantsoenering. De brief illustreert de onderlinge spanningen tussen verschillende groepen handelaren (Amsterdammers versus Volendammers) die ontstonden door de schaarste en de stringente regelgeving vanuit Den Haag.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26