Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 185
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

24 juni 1942 (volgens stempel). Van: A.J. Meeuwissen, Lumeystraat 31 huis, Amsterdam (West). Aan: Onbekende instantie (vermoedelijk de distributiedienst of de marktmeester).

Origineel

24 juni 1942 (volgens stempel). A.J. Meeuwissen, Lumeystraat 31 huis, Amsterdam (West). Onbekende instantie (vermoedelijk de distributiedienst of de marktmeester). [Linksboven:]
№ 46 ᵃ/392/1

[Midden boven, stempel:]
M. 1942 ²⁴/₆

[Rechtsboven:]
n. i. Lusp

[Body:]
Mijn heer.
Met verschuldigde eerbied komt ondergetekende
tot U. Daar ik thans als markt koop man
van visch, standplaats ten Katesstraat
gestraft ben geweest. Wegens overheding.
Zoo wilde ik U beleefd doch dringend
vragen. mij weder mijn extra toewijzing
te willen doen toekomen. Ik heb ruim
10 jaar als goed koopman aangeschreven
gestaan en geen overheding begaan. hopende
van U. mij deze overheding verget te mogen
te willen aanmerken. Ik ben U heeren
zeer erkentelijk voor bij aldien mij weer
werd toegestaan mij mijn toewijzing te
zullen overmaken.
Zoo teeken ik Hoogachtend
A J Meeuwissen.
Lumeystraat 31 ʰ
A.dam (W).

[Rechtsonder:]
W/A De brief is een gratieverzoek van A.J. Meeuwissen, een viskoopman met een standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam (door de schrijver gespeld als "Katesstraat"). De schrijver is gestraft voor een "overheding" (een fonetische spelling van overtreding), wat in de oorlogscontext van 1942 meestal duidde op het overtreden van de strenge regels rondom prijsbeheersing of distributie.

De sanctie die hem is opgelegd, heeft geleid tot het intrekken van zijn "extra toewijzing" (waarschijnlijk extra rantsoenbonnen of toewijzingen voor brandstof of voorraad die nodig waren voor zijn bedrijfsvoering). Meeuwissen voert aan dat hij al tien jaar een onbesproken gedrag vertoont als koopman. Hij verzoekt de instantie ("U heeren") om de overtreding als vergeven te beschouwen ("verget te mogen [...] aanmerken") zodat hij zijn toewijzing weer kan ontvangen. De brief is geschreven in een nederige, formele toon die typerend is voor burgers die zich in die periode tot de autoriteiten wendden. In juni 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in volle gang en was de schaarste aan goederen nijpend. Het hele economische leven was onderworpen aan een complex systeem van distributie en prijscontrole. Voor marktkooplieden waren officiële toewijzingen van levensbelang; zonder deze extra bonnen of papieren was het vrijwel onmogelijk om legaal handel te drijven.

De Ten Katemarkt was (en is) een centrale markt in Amsterdam-West. De controle op dergelijke markten door de Crisis-Controle-Dienst (CCD) was streng. Kleine zelfstandigen zoals Meeuwissen leefden in voortdurende onzekerheid; een enkele overtreding kon door het intrekken van toewijzingen direct het einde van hun broodwinning betekenen. De schrijver woonde in de Lumeystraat, op loopafstand van zijn standplaats.

Samenvatting

De brief is een gratieverzoek van A.J. Meeuwissen, een viskoopman met een standplaats op de Ten Katemarkt in Amsterdam (door de schrijver gespeld als "Katesstraat"). De schrijver is gestraft voor een "overheding" (een fonetische spelling van overtreding), wat in de oorlogscontext van 1942 meestal duidde op het overtreden van de strenge regels rondom prijsbeheersing of distributie.

De sanctie die hem is opgelegd, heeft geleid tot het intrekken van zijn "extra toewijzing" (waarschijnlijk extra rantsoenbonnen of toewijzingen voor brandstof of voorraad die nodig waren voor zijn bedrijfsvoering). Meeuwissen voert aan dat hij al tien jaar een onbesproken gedrag vertoont als koopman. Hij verzoekt de instantie ("U heeren") om de overtreding als vergeven te beschouwen ("verget te mogen [...] aanmerken") zodat hij zijn toewijzing weer kan ontvangen. De brief is geschreven in een nederige, formele toon die typerend is voor burgers die zich in die periode tot de autoriteiten wendden.

Historische Context

In juni 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in volle gang en was de schaarste aan goederen nijpend. Het hele economische leven was onderworpen aan een complex systeem van distributie en prijscontrole. Voor marktkooplieden waren officiële toewijzingen van levensbelang; zonder deze extra bonnen of papieren was het vrijwel onmogelijk om legaal handel te drijven.

De Ten Katemarkt was (en is) een centrale markt in Amsterdam-West. De controle op dergelijke markten door de Crisis-Controle-Dienst (CCD) was streng. Kleine zelfstandigen zoals Meeuwissen leefden in voortdurende onzekerheid; een enkele overtreding kon door het intrekken van toewijzingen direct het einde van hun broodwinning betekenen. De schrijver woonde in de Lumeystraat, op loopafstand van zijn standplaats.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26