Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 22 juni 1924 [Linksboven in stempel/potlood:] No 46ᵃ/400/1 M. 1342 ²⁶/₆
[In rood potlood:] 46ᵃ/400/2
[Rechtsboven:] Woudrichem 22/6 1924
Met dit schryve wou ik uw
beleefd vragen of mijn
toewyzing niet verhoogd
kan worden daar ik al 32
jaar in het visbedryf mede
loop en een enkel toewyzing
voor versse aal heeft en voor
gerookte aal niet dus zou
ik graag voor verhooging in
aanmerking willen komen
daar ik ook een winkel heeft
dus kan uw wel nagaan dat * Handschrift: Een vlot, schuinlopend lopend schrift uit het begin van de 20e eeuw. De tekst is goed leesbaar, ondanks enkele inktvlekken (o.a. bij "schryve", "visbedryf" en "verhooging").
* Spelling en grammatica:
* De schrijver gebruikt consequent de 'y' waar we tegenwoordig 'ij' verwachten (schryve, toewyzing, visbedryf).
* Er is sprake van hypercorrectie of dialectinvloed in de vervoeging van het werkwoord 'hebben': "ik (...) heeft".
* De spelling "versse aal" (met dubbel-s) is een oudere vorm of fonetische spelling van 'verse'.
* Inhoud: De afzender, waarschijnlijk een visser of vishandelaar uit Woudrichem, beklaagt zich over zijn huidige quotum of toewijzing. Hij voert aan dat hij al 32 jaar in het vak zit en een winkel heeft, maar momenteel alleen een toewijzing heeft voor verse aal en niet voor gerookte aal. Hij verzoekt om een verhoging van deze toewijzing. Woudrichem, gelegen aan de samenvloeiing van de Waal en de Afgedamde Maas, was historisch gezien een belangrijk centrum voor de rivier- en zalmvisserij. De term "toewyzing" in 1924 suggereert een vorm van gereguleerde handel of distributie, mogelijk samenhangend met visserijrechten of marktquota die door de lokale of provinciale overheid werden beheerd. Het document getuigt van de overgangsfase waarin ambachtelijke vissersbedrijven te maken kregen met toenemende administratieve regeldruk.