Inspectierapport (proces-verbaal van bevindingen).
Origineel
Inspectierapport (proces-verbaal van bevindingen). № 46 a/413/1 M. 1942 30/6 [rechtsboven:] 692
Amsterdam 27 juni 142 [waarschijnlijk 1942 bedoeld]
D T Geukens
v d Hoopstr 127 h A’dam
vischventer
Het vermoedelijk in voorraad
hebben van zoetwatervisch
[Marge rechts:]
id
Bons
A’dam
405
uit Insp.
In verband met een telefonische op-
dracht op 26 juni 1942 van den Heer Vrencken
als zou den Heer de Jong, v d Hoopstr 127
te A’dam zoetwatervisch in voorraad
hebben, ontvangen buiten de gem. visch-
afslag om, werd door mij op 26 juni 1942
om 12 uur een onderzoek ingesteld.
Mij werd toegestaan de woning bin-
nen te treden, om na te gaan of er
zoetwatervisch aanwezig was. Door mij
werd geen enkele vischsoort aangetroffen.
Wel bleek mij dat bij de Jong inwonende
is D T Geukens geboren 5-12-1912 die een
ventvergunning bezit (voor alle soorten
visch) verlengd op 12 Nov 1941.
Door Geukens werd mij mede gedeeld
dat hij wel handelt in gedroogde
schar, doch niet in versche zoet-
watervisch.
Gezien
6-7-’42
de Haas
[Onderaan rechts:] Bons Dit document is een ambtelijk verslag van een opsporingsambtenaar (Bons) over een vermeende overtreding van de distributiewetten tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de verdenking dat er zoetwatervis aanwezig was die "buiten de gemeentelijke visafslag om" was verkregen. In deze periode was de handel in levensmiddelen strikt gereguleerd: alle vis moest via de officiële afslagen worden verhandeld om prijsopdrijving en zwarte handel te voorkomen.
De inspectie levert echter niets op. Hoewel er een visboer (Geukens) op het adres woont, blijkt hij over de juiste papieren te beschikken en wordt er geen verboden voorraad aangetroffen. Geukens verklaart dat hij in gedroogde schar (een zoutwatervis) handelt, wat destijds een veelvoorkomend volksvoedsel was dat minder streng gereguleerd was dan verse zoetwatervis. Het document dateert uit juni 1942, een jaar waarin de schaarste in Nederland snel toenam en het distributiestelsel steeds fijnmaziger werd. De bezetter en de Nederlandse autoriteiten zetten zwaar in op de bestrijding van de zwarte markt. Opvallend is dat het onderzoek is gestart na een "telefonische opdracht" van een zeker de heer Vrencken; dit duidt vaak op een tip van een burger of informant (verraad), wat in de bezettingsjaren veelvuldig voorkwam bij vermoedens van illegale voorraden.
De Van der Hoopstraat ligt in de Staatsliedenbuurt in Amsterdam-West, destijds een dichtbevolkte volkswijk waar veel kleine handelaren en venters woonden die probeerden onder moeilijke omstandigheden het hoofd boven water te houden.