Zakelijke brief op voorbedrukt briefpapier.
Origineel
Zakelijke brief op voorbedrukt briefpapier. 30 juni 1942. Y. Rienstra, Zee- en Riviervishandel (Reguliersdwarsstraat 12, Amsterdam). De Heer Directeur van Marktwezen, Amsterdam. [Briefhoofd]
ZEE- EN RIVIERVISHANDEL
SPECIAAL INGERICHT VOOR
DE PROVIANDERING VAN STOOMSCHEPEN,
HOTELS, RESTAURANTS, ETC.
Y. RIENSTRA AMSTERDAM-C.
[Handgeschreven tekst]
Aan de Heer Directeur
van Marktwezen
Amsterdam
Amsterdam, 30 Juni 1942
Bij deze verzoeke wij uw beleefd een regeling te treffen
omtrent de ons toegewezen vis van de afslag Amsterdam
het geen wij volgens reglement moeten verkopen aan iederen die daar
het eerste bij u was volgens mij niet de weg is
op deze wijze houden wij geen klant meer over waar wij toch
jaren lang van bestaan hebben
onze restaurants betrekken nu haar alle devis uit Ymuiden
om reden dat wij hun geen paling of zoetwatervis meer mogen leveren
ondanks dat wij goede goois [?] leverden en is toch in diverse restaurants
en ik nog niet wil noemen smokbaar gerookte en verse paling te krijgen
hoe verklaart u mij dit
ook in diverse cafe’s Rembr.plein Leidscheplein Nieuwendijk komen de handelaars
met verse of ger. aal voor veel geld
Als er in stad ook eens voorzien zou worden. daar moet de controleur
op uit gestuurd worden dan kan de bron gevonden worden waar het
vandaan komt
mijzelf word ook dagelijks aangeboden smokbaar te willen koopen
boven de prijs en omdat ik dat niet wil gaan de er mee
naar onze restaurants en de loop er uit omdat wij ze niet mogen
leveren
Hopende dat u van dit schrijven goede nota zult willen nemen
Teken ik
Hoogachtend
Y. Rienstra
Reguliersdwstr 12
Amsterdam
[Onderaan briefhoofd]
Al onze prijzen zijn vrijblijvend. De brief legt een specifiek probleem bloot waar legale handelaren tijdens de oorlogsjaren mee kampten. Rienstra klaagt over twee zaken:
1. Het distributiesysteem: Hij moet zijn vis verkopen aan wie het eerst komt ("wie het eerste bij u was"), in plaats van zijn vaste klanten (restaurants) te mogen bedienen. Hierdoor dreigt hij zijn jarenlange klantenkring te verliezen.
2. Oneerlijke concurrentie door zwarte handel: Terwijl hij zich aan de verboden houdt (zoals het verbod op het leveren van paling), ziet hij dat restaurants en cafés op bekende plekken zoals het Rembrandtplein en het Leidseplein via illegale weg ("smokbaar") toch aan verse vis en aal komen.
Rienstra stelt zich op als een gezagsgetrouwe burger die de overheid aanspoort om strenger op te treden ("daar moet de controleur op uit gestuurd worden") tegen de illegale bronnen die de markt verzieken en hem uit de zaken drukken. In juni 1942 was de Tweede Wereldoorlog in volle gang. De bezetter had een strikt distributiestelsel ingevoerd om de schaarste te beheersen en de eigen troepen te bevoorraden. Dit leidde tot een enorme groei van de zwarte markt, waar producten zoals paling tegen woekerprijzen buiten de bonnen om werden verhandeld.
De brief is een schoolvoorbeeld van de 'kleine geschiedenis' binnen de grote oorlogscontext: een lokale ondernemer die probeert te overleven tussen de verstikkende regels van het Marktwezen en de illegale praktijken van concurrenten en zwarthandelaars. De genoemde locaties (Rembrandtplein, Leidscheplein en Nieuwendijk) waren destijds de brandpunten van het Amsterdamse uitgaansleven, waar de regels vaak minder nauw werden genomen als er geld mee te verdienen viel. Y. Rienstra Marktwezen