Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie)
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie) 7 juli 1942 Th. de Graaf Drzn. (Dirkzoon), Havendijk 18, Spakenburg Spakenburg 7-7-'42.
Beh. Visweging
Mijnheer
In antwoord op Uw schrijven
deel ik U mede dat het onmogelijk
is wat U in Uw briefje schrijft.
De paling van 1. 22. kon niet te licht
zijn want zij waren geteld, en
nu bij navraag bleek dat het
hoogste kistje 98 stuks bevatte
en die mogen er gerust in zijn.
Dus hoe of jullie het in je
hoofd haalt om die voor 80 ct te
verkoopen is mij een raadsel. Het
is voor mij alleen duidelijk, dat
ik ze zoo niet meer lever. Als ze
te licht zijn stuurt U ze maar terug
maar ik wil niet hebben dat ze
op een weinig geordende manier
weggewerkt worden. Het doet mij
denken dat jullie het zoo nauw
niet neemt. Worden ze te licht
bevonden laat ze dan wegen, maar
schat ze niet daar vergis je je mee.
U hebt dat nu gedaan maar als ik
in den Haag kom maak ik er werk van.
Achtend
Th d Graaf Drzn
Havendijk 18.
Spakenburg. * Inhoud: De afzender, een vishandelaar of visser uit Spakenburg, reageert fel op een klacht of rapportage over een levering paling. Men beweerde dat de paling "te licht" was. De afzender verdedigt zich door te stellen dat de paling geteld is (98 stuks in het volste kistje) en dat een dergelijke hoeveelheid per kistje correct is. Hij uit zijn onbegrip over de lage verkoopprijs van 80 cent die blijkbaar gehanteerd is.
* Toon: De toon is verontwaardigd en dreigend ("...als ik in den Haag kom maak ik er werk van"). De schrijver pikt het niet dat er "geschat" wordt in plaats van gewogen en beschuldigt de ontvanger van een gebrek aan nauwkeurigheid.
* Kernbegrippen: Palinghandel, kwaliteitscontrole (gewicht vs. aantal), prijsbeheersing, geschilbeslechting. Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd door de overheid via diverse Rijksbureaus. Producten zoals vis moesten tegen vastgestelde prijzen en volgens strikte normen worden verhandeld.
De brief illustreert de frictie tussen de praktijk van de vishandel in Spakenburg en de bureaucratische controleorganen (waarschijnlijk in Den Haag gevestigd). De afzender weigert te accepteren dat zijn handel op basis van "schattingen" wordt beoordeeld of tegen een te lage prijs wordt weggezet. Het stempel suggereert dat de brief is opgenomen in een officieel dossier betreffende de controle op visweging en prijsvorming.