Archiefdocument
Origineel
11 oktober 1939 (ingekomen/doorgezonden) – 28 oktober 1939 (afgehandeld) BIJBLAD VAN:
M. No. 26/65/1 193 9
DOORGEZONDEN: 11/10 -'39
26/65/2 M Dapperstraat
vraagt vervanging door K. J. Landzaat I.v.m. [In verband met] vervulling van mil. d. plicht [militaire dienstplicht]
Med. [Medegedeeld] kan aan Mevr. Ysbrandi [doorgehaald woord] worden toegestaan, dat zij zich, zoolang haar echtgenoot in militairendienst is, op de plaats van haar echtgenoot op de markt aan de Dapperstraat (des Zaterdags) laat assisteeren – niet vervange – door K. J. Landzaat.
(zie rapport Chef Marktafd. [Marktafdeeling])
[In kader rechts:]
advies nagaan of het dezelfde handel is.
11-10-39
[handtekening, mogelijk de Haan]
26-10-39
[handtekening]
[Onderaan:]
Medelbriefje [Mededeelingsbriefje] 28-10-39 [initialen]
Zie adres-verandering Ysbrandi in rapport H. Rens!
[Drukwerk links onder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Rechts boven handgeschreven paginanummer:] 504 Dit document is een ambtelijke besluitvormingstegel betreffende de marktregulering in Amsterdam. Het betreft een verzoek van mevrouw Ysbrandi. Omdat haar echtgenoot is opgeroepen voor militaire dienst, moet zij de marktplaats in de Dapperstraat draaiende houden. Ze vraagt toestemming om zich te laten bijstaan door een derde, de heer K. J. Landzaat.
De administratie hanteert hierbij een strikt onderscheid tussen 'assisteren' en 'vervangen'. Mevrouw Ysbrandi krijgt toestemming om Landzaat te laten helpen op zaterdagen, mits zij zelf aanwezig blijft (het mag geen volledige vervanging zijn). Een kritische kanttekening van de inspectie is dat gecontroleerd moet worden of "het dezelfde handel is", om te voorkomen dat de marktplaats voor andere doeleinden wordt gebruikt dan waarvoor de oorspronkelijke vergunning werd verleend. Het document dateert van oktober 1939, vlak na de Nederlandse algemene mobilisatie van augustus 1939 als reactie op de oorlogsdreiging in Europa. Veel markthandelaren werden onder de wapenen geroepen, waardoor hun echtgenotes vaak de bedrijfsvoering moesten overnemen. De Amsterdamse Marktafdeling moest in deze periode honderden van dit soort verzoeken verwerken om de continuïteit van de voedselvoorziening en de marktorde te waarborgen. De vermelding van rapporteur "H. Rens" en de noodzaak tot adrescontrole duidt op de nauwgezette controle die de gemeente uitvoerde op marktvergunninghouders.