Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). G. G. J. Vrees, Willemstraat 59 II, Amsterdam (Adm. C.). [Marginale notities bovenaan:]
№ 46/448/1 M. 1942 15/7
H. V. E. H.
19 mei
Adm 6/6 1942
[Inhoud brief:]
Mag ik, ondergetekende zoo vrij zijn uw allen nog eens te vragen of ik in aanmerking kon komen om een toewijzing te krijgen voor gerookte aal. Ik als vader van drie kinderen heb het al moeilijk om door het leven te komen. Sedert 1920 ben ik vis koper, en heb met slechte aanvoer van vis ook wel met fruit mijn brood verdiend, maar thans is dat niet meer mogelijk, omdat ik mijn toegangs kaart, en Erkenning van de Centrale markt aan den Haag heb in moeten leveren. Zoodoende heb ik ook een bericht gehad uit den Haag als dat ik ingeschreven ben en bekend staat als viskoper. Thans ben ik ook verplicht eerlijk mijn toewijzing aan den man te brengen, wat ik ook doe, maar als ik niet eerlijk geholpen wordt, dan moet ik tot mijn spijt tot cammoevlatie overgaan wat ik niet graag zou willen. Tevens dank ik uw allen bij voorbaat aan bovengenoemd verzoek.
Achtend G. G. J. Vrees
Willemstr 59 II
Adm. C. * Toon en taalgebruik: De brief is geschreven in een beleefde, doch dwingende toon. De schrijver hanteert de spelling van die tijd (zoals "zoo" en "den Haag") en maakt enkele taalfouten (zoals "bekend staat" in plaats van "bekend sta").
* Kernproblematiek: De afzender, een visverkoper sinds 1920 uit de Amsterdamse Willemstraat (Jordaan), zit in financiële nood door de oorlogsomstandigheden. Hij heeft zijn vergunning voor de Centrale Markt in Den Haag moeten inleveren, waardoor hij geen legale aanvoer meer heeft.
* Dreigement: De term "cammoevlatie" (een verbastering van camouflage) is hier cruciaal. De schrijver insinueert hiermee dat hij, indien hij niet legaal geholpen wordt, genoodzaakt is om de zwarte markt op te gaan of zijn handel te "camoufleren" (illegaal handelen). Dit typeert de wanhoop van kleine zelfstandigen tijdens de bezetting. Dit document stamt uit mei/juli 1942, de periode van de Duitse bezetting in Nederland waarin de schaarste aan goederen en voedsel sterk toenam. De handel in vis, en specifiek gerookte aal (een luxeproduct maar ook een belangrijke bron van inkomsten), was strikt gereguleerd door de bezetter en de distributiestelsels.
De Willemstraat in Amsterdam ligt in de Jordaan, een wijk die in die tijd bekend stond als een volksbuurt waar de armoede groot was en waar veel kleine handelaren woonden. Het inleveren van "toegangskaarten" voor markten was vaak een gevolg van aangescherpte regels of het niet kunnen voldoen aan de eisen van de bezettingsautoriteiten of de Rijksbureaus. De brief geeft een zeldzaam inkijkje in de morele strijd van een burger tussen "eerlijk blijven" en overleven via de zwarte markt.