Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 368
Dossier 109
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift / brief.

22 juli 1942.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift / brief. 22 juli 1942. Nº 46A / 449 / 3 M. 1942
(handgeschreven toevoeging: 23/7)

Amsterdam 22 Juli 1942
Betreft Nº: 46 A / 449 / 2 M. 16 Juli 1942

Mijnheer.

Ondergetekende heeft op zijn verzoek om de vermindering
van de aal toewijzing, welke bij hem is geschied, weer hersteld
te willen doen een afwijzende beschikking gekregen.
Aangezien hij meent dat hem daarmede onrecht is aan-
gedaan komt hij nogmaals met een verzoekschrift tot U
hopende dat U alsnog de vermindering moge intrekken.
Hij heeft ter plaatse bewijzen overhandigd dat hij gedurende
de jaren 1939-1940 onder dienst is geweest en dat hij voordien
gemiddeld 400 pond aal per week heeft verkocht. Hij heeft
gedacht dat die hoeveelheid voldoende was als bewijs, maar
in werkelijkheid heeft hij gedurende die tijd meer aal
betrokken en wel uit Stavoren en Makkum door middel
van Hartog Mijnschenk en uit Elburg door middel van
Huib Hoevers. Maar hij heeft daar geen bewijzen van kunnen
krijgen want bij den Heer Mijnschenk werden geen kwitanties
gegeven en op zijn verzoek om een verklaring te willen
schrijven heeft deze Heer geantwoord, dat hij den Heer
ter Haar wel door de telefoon bericht zou geven. Van Huib Hoevers
uit Elburg heeft hij tot nu toe geen bericht ontvangen ondanks
hij tweemaal een schrijven naar hem toe heeft gestuurd. Is het
strikt nodig dat hij daar een bewijs van krijgt dan zal hij in persoon.

W.v.H. In dit document tekent de heer Ter Haar (geïdentificeerd door de initialen W.v.H. en de vermelding van zijn naam in de derde persoon onderaan de brief) formeel protest aan tegen een eerdere afwijzing van zijn verzoek. Het geschil draait om een vermindering van zijn "aaltoewijzing" (het recht om een bepaalde hoeveelheid paling te verhandelen of te ontvangen).

Ter Haar voert twee hoofdpunten aan als bewijs voor zijn recht op een hoger quotum:
1. Militaire dienst: Hij was gemobiliseerd/in dienst in 1939-1940, wat zijn normale bedrijfsvoering in die periode waarschijnlijk beïnvloedde.
2. Historische omzet: Hij stelt dat hij vóór die tijd gemiddeld 400 pond paling per week verkocht, maar dat zijn werkelijke afname nog hoger lag.

De kern van het probleem is bewijsvoering. De leveranciers uit Stavoren, Makkum en Elburg hebben geen kwitanties verstrekt. Ter Haar probeert nu alsnog schriftelijke verklaringen van hen te krijgen, maar stuit op onwil of traagheid bij zijn contactpersonen (Hartog Mijnschenk en Huib Hoevers). Hij biedt aan om persoonlijk langs te gaan als schriftelijk bewijs strikt noodzakelijk blijft. Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De handel in schaarse goederen, waaronder vis zoals paling (aal), was strikt gereguleerd via rijksbureaus en toewijzingssystemen.

De genoemde namen en locaties zijn historisch interessant:
* Locaties: Stavoren, Makkum en Elburg waren destijds belangrijke centra voor de palingvisserij en -handel aan de (toen net afgesloten) Zuiderzee.
* Hartog Mijnschenk: De vermelding van Hartog Mijnschenk is tragisch in de context van 1942. Mijnschenk is een Joodse achternaam; in juli 1942 waren de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland net begonnen. Dit verklaart mogelijk waarom hij liever telefonisch contact hield dan schriftelijke verklaringen (kwitanties) af te geven voor handelswaar, of waarom het contact moeizaam verliep.
* Militair verleden: Het noemen van de diensttijd 1939-1940 verwijst naar de Nederlandse mobilisatie en de Meidagen van 1940. Dit werd vaak gebruikt als argument om aan te tonen dat een bedrijf tijdelijk minder actief was geweest door patriottische plicht.

Samenvatting

In dit document tekent de heer Ter Haar (geïdentificeerd door de initialen W.v.H. en de vermelding van zijn naam in de derde persoon onderaan de brief) formeel protest aan tegen een eerdere afwijzing van zijn verzoek. Het geschil draait om een vermindering van zijn "aaltoewijzing" (het recht om een bepaalde hoeveelheid paling te verhandelen of te ontvangen).

Ter Haar voert twee hoofdpunten aan als bewijs voor zijn recht op een hoger quotum:
1. Militaire dienst: Hij was gemobiliseerd/in dienst in 1939-1940, wat zijn normale bedrijfsvoering in die periode waarschijnlijk beïnvloedde.
2. Historische omzet: Hij stelt dat hij vóór die tijd gemiddeld 400 pond paling per week verkocht, maar dat zijn werkelijke afname nog hoger lag.

De kern van het probleem is bewijsvoering. De leveranciers uit Stavoren, Makkum en Elburg hebben geen kwitanties verstrekt. Ter Haar probeert nu alsnog schriftelijke verklaringen van hen te krijgen, maar stuit op onwil of traagheid bij zijn contactpersonen (Hartog Mijnschenk en Huib Hoevers). Hij biedt aan om persoonlijk langs te gaan als schriftelijk bewijs strikt noodzakelijk blijft.

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De handel in schaarse goederen, waaronder vis zoals paling (aal), was strikt gereguleerd via rijksbureaus en toewijzingssystemen.

De genoemde namen en locaties zijn historisch interessant:
* Locaties: Stavoren, Makkum en Elburg waren destijds belangrijke centra voor de palingvisserij en -handel aan de (toen net afgesloten) Zuiderzee.
* Hartog Mijnschenk: De vermelding van Hartog Mijnschenk is tragisch in de context van 1942. Mijnschenk is een Joodse achternaam; in juli 1942 waren de grootschalige deportaties van Joden uit Nederland net begonnen. Dit verklaart mogelijk waarom hij liever telefonisch contact hield dan schriftelijke verklaringen (kwitanties) af te geven voor handelswaar, of waarom het contact moeizaam verliep.
* Militair verleden: Het noemen van de diensttijd 1939-1940 verwijst naar de Nederlandse mobilisatie en de Meidagen van 1940. Dit werd vaak gebruikt als argument om aan te tonen dat een bedrijf tijdelijk minder actief was geweest door patriottische plicht.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26