Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 371
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven zakelijke brief op briefpapier.

19 juni 1942. Van: J. Jonges, Staringstraat 23, Amsterdam (Telefoon 83711).

Origineel

Handgeschreven zakelijke brief op briefpapier. 19 juni 1942. J. Jonges, Staringstraat 23, Amsterdam (Telefoon 83711). J. JONGES
STARINGSTRAAT 23
TELEF. 83711

AMSTERDAM, 19 Juni 1942.

[Stempel: Nº 46ª/450/1 M. 1942 16/7]

Bureau
Centrale Markthallen
afd Gerookte visch.

M.

Nogmaals zend ik u een aanvraag
om in aanmerking te komen voor de
verkoop van gerookte paling en gepelde
garnalen.
Ongeveer een maand geleden richtte
ik ook een verzoek tot u maar hoorde
er tot dusver niets van.
Mijn zaak is 48 jaar gevestigd aan
de Staringstraat 23 en al die jaren
verkocht ik gerookte paling vroeger van
de Fa. Goldhoorn Kooy a. d. Laan, de
laatste jaren van de Fa. Kok Spaarndam.
Gepelde garnalen betrok ik van de pellerij
van v. der Horst hier in de stad gevestigd.
Hopende dat u op mijn verzoek gunstig
zult beschikken.
In afwachting.

Hoogachtend
[Handtekening: J Jonges] In deze brief verzoekt winkelier J. Jonges de directie van de Centrale Markthallen om toestemming voor de handel in gerookte paling en garnalen. Het is een herinnering; een maand eerder had hij al een verzoek ingediend waar niet op was gereageerd.

Jonges hanteert een overtuigingsstrategie die gebaseerd is op continuïteit en historisch recht. Hij voert drie argumenten aan:
1. Anciënniteit: Zijn zaak bestaat al 48 jaar op hetzelfde adres (sinds circa 1894), wat hem een gevestigde waarde in de buurt maakt.
2. Referenties: Hij noemt expliciet zijn vaste leveranciers (Goldhoorn Kooy, Fa. Kok uit Spaarndam en de Amsterdamse garnalenpellerij Van der Horst) om aan te tonen dat hij een legitiem onderdeel is van de bestaande handelsketen.
3. Dringendheid: Hij wijst op het uitblijven van een eerdere reactie.

De toon is formeel en beleefd, passend bij de zakelijke correspondentie van die tijd. De afkorting "M." in de aanhef staat voor "Mijne Heeren". Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode kenmerkte zich door extreme schaarste en een strikte distributie van goederen.

De Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934) fungeerden tijdens de bezetting als het centrale distributiepunt voor voedsel in de stad. Om handel te mogen drijven in schaarse goederen zoals vis en garnalen, had een winkelier officiële toewijzingen of vergunningen nodig van de overheid (vaak via de Markthallen geregeld).

Zonder deze toestemming kreeg een winkelier geen voorraad geleverd. Voor kleine ondernemers zoals Jonges was het verkrijgen van deze papieren essentieel voor het voortbestaan van hun zaak in oorlogstijd. De nadruk op het 48-jarige bestaan van de zaak was een manier om aan de autoriteiten te bewijzen dat men geen "gelukszoeker" was, maar een bonafide ondernemer die recht had op een deel van de schaarse voorraden.

Samenvatting

In deze brief verzoekt winkelier J. Jonges de directie van de Centrale Markthallen om toestemming voor de handel in gerookte paling en garnalen. Het is een herinnering; een maand eerder had hij al een verzoek ingediend waar niet op was gereageerd.

Jonges hanteert een overtuigingsstrategie die gebaseerd is op continuïteit en historisch recht. Hij voert drie argumenten aan:
1. Anciënniteit: Zijn zaak bestaat al 48 jaar op hetzelfde adres (sinds circa 1894), wat hem een gevestigde waarde in de buurt maakt.
2. Referenties: Hij noemt expliciet zijn vaste leveranciers (Goldhoorn Kooy, Fa. Kok uit Spaarndam en de Amsterdamse garnalenpellerij Van der Horst) om aan te tonen dat hij een legitiem onderdeel is van de bestaande handelsketen.
3. Dringendheid: Hij wijst op het uitblijven van een eerdere reactie.

De toon is formeel en beleefd, passend bij de zakelijke correspondentie van die tijd. De afkorting "M." in de aanhef staat voor "Mijne Heeren".

Historische Context

Het document dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze periode kenmerkte zich door extreme schaarste en een strikte distributie van goederen.

De Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934) fungeerden tijdens de bezetting als het centrale distributiepunt voor voedsel in de stad. Om handel te mogen drijven in schaarse goederen zoals vis en garnalen, had een winkelier officiële toewijzingen of vergunningen nodig van de overheid (vaak via de Markthallen geregeld).

Zonder deze toestemming kreeg een winkelier geen voorraad geleverd. Voor kleine ondernemers zoals Jonges was het verkrijgen van deze papieren essentieel voor het voortbestaan van hun zaak in oorlogstijd. De nadruk op het 48-jarige bestaan van de zaak was een manier om aan de autoriteiten te bewijzen dat men geen "gelukszoeker" was, maar een bonafide ondernemer die recht had op een deel van de schaarse voorraden.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26