Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 398
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief/rapport.

31 juli 1942 (met latere aantekeningen van augustus 1942). Van: M. v/d Stam.

Origineel

Handgeschreven brief/rapport. 31 juli 1942 (met latere aantekeningen van augustus 1942). M. v/d Stam. Mr. de Boer!

Heden 31 Juli is Kl Jelle Hak,,
voort bij mij geweest en heb
ik hem gevraagd omtrent
het schrijven van J.W.A. Gnodde.
waarover ik U het volgende kan
mededeelen.
D. Nentjes, J.W.A. Gnodde en
J. Baarse ontvangen van de
Afslag te Urk, hun toewijzing
levende aal, als ze aan de
beurt zijn. Van deze toewijzing
wordt direct 20% afgenomen
en die 20% wordt gebracht
bij Kl Jelle Hakvoort om te
rooken voor de Gem: Amsterdam
Dus Nentjes, Gnodde en J Baarse
krijgen die 20% niet in handen
want volgens Hakvoort is
dat niet vertrouwd. -

Hoogachtend.
M. v/d Stam.

[Aantekening onderaan:]
aanhouden A’dam 1 Augs 42.
van
Insp.
Gezien 31-8-42
de Haan Het document is een ambtelijke mededeling over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is een controlemaatregel: vissers of handelaren op Urk (Nentjes, Gnodde en Baarse) krijgen weliswaar een toewijzing van levende aal, maar 20% hiervan wordt direct bij de afslag ingehouden.

Deze 20% wordt overgedragen aan Klaas Jelle Hakvoort om te worden gerookt, specifiek voor de bevoorrading van de Gemeente Amsterdam. De reden voor deze directe inhouding is wantrouwen ("niet vertrouwd"): men vreesde blijkbaar dat als de handelaren de volledige portie in handen zouden krijgen, de 20% bestemd voor de officiële kanalen (de gemeente) op de zwarte markt zou verdwijnen of op andere wijze niet op de juiste bestemming aan zou komen.

Het document is voorzien van diverse parafen en data die wijzen op een administratieve afhandeling in Amsterdam door een inspecteur en een functionaris genaamd De Haan. De brief dateert uit juli/augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem (bonnenstelsel). De visserij op Urk was een cruciale voedselbron, maar de bezetter en lokale overheden moesten strikt toezien op de aanvoer om de zwarte handel tegen te gaan.

De genoemde namen (Hakvoort, Gnodde, Nentjes) zijn typische en bekende Urker familienamen, nog steeds sterk verbonden met de visserijgemeenschap aldaar. De "Afslag te Urk" was de centrale plek waar deze regulering kon worden gehandhaafd. Dat Amsterdam direct beslag legde op een deel van de vangst, onderstreept de afhankelijkheid van de grote steden van de aanvoer uit de vissersdorpen en de noodzaak voor de overheid om de regie strak in handen te houden.

Samenvatting

Het document is een ambtelijke mededeling over de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de brief is een controlemaatregel: vissers of handelaren op Urk (Nentjes, Gnodde en Baarse) krijgen weliswaar een toewijzing van levende aal, maar 20% hiervan wordt direct bij de afslag ingehouden.

Deze 20% wordt overgedragen aan Klaas Jelle Hakvoort om te worden gerookt, specifiek voor de bevoorrading van de Gemeente Amsterdam. De reden voor deze directe inhouding is wantrouwen ("niet vertrouwd"): men vreesde blijkbaar dat als de handelaren de volledige portie in handen zouden krijgen, de 20% bestemd voor de officiële kanalen (de gemeente) op de zwarte markt zou verdwijnen of op andere wijze niet op de juiste bestemming aan zou komen.

Het document is voorzien van diverse parafen en data die wijzen op een administratieve afhandeling in Amsterdam door een inspecteur en een functionaris genaamd De Haan.

Historische Context

De brief dateert uit juli/augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en een streng distributiesysteem (bonnenstelsel). De visserij op Urk was een cruciale voedselbron, maar de bezetter en lokale overheden moesten strikt toezien op de aanvoer om de zwarte handel tegen te gaan.

De genoemde namen (Hakvoort, Gnodde, Nentjes) zijn typische en bekende Urker familienamen, nog steeds sterk verbonden met de visserijgemeenschap aldaar. De "Afslag te Urk" was de centrale plek waar deze regulering kon worden gehandhaafd. Dat Amsterdam direct beslag legde op een deel van de vangst, onderstreept de afhankelijkheid van de grote steden van de aanvoer uit de vissersdorpen en de noodzaak voor de overheid om de regie strak in handen te houden.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26