Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 418
Dossier 106
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

22 juli 1942 Van: Onbekend (mogelijk een inspecteur of ambtenaar)

Origineel

22 juli 1942 Onbekend (mogelijk een inspecteur of ambtenaar) 76ª/466/1
A’dam, 22/7 1942

Dir. N. V. C.

Hierneve breng ik
onder Uw aandacht, dat de
Volendammer kleinhandelaren,
die hun toewijzing aal in V’dam
ontvangen, doch deze op de
markt te A’dam moeten
verkoopen, hun toewijzing
vrijwel nimmer in levenden
toestand aanvoeren, doch
steeds in gerookten toestand.
Aangezien ik dit niet in het
belang acht v. de voedselvoor-
ziening v. A’dam en een en
ander trouwens n.m.m. in
strijd is met het 2e Uit-
voeringsbesluit, verzoek ik U
beleefd maatregelen te doen De auteur van deze brief klaagt bij de directie van de Nederlandsche Visscherij-Centrale over de werkwijze van visvissers uit Volendam. Hoewel zij hun toegewezen porties aal in Volendam ontvangen om deze vervolgens op de markt in Amsterdam te verkopen, voeren zij deze vis niet levend (vers) aan, maar reeds gerookt.

Volgens de schrijver is dit om twee redenen problematisch:
1. Het schaadt het belang van de voedselvoorziening in Amsterdam.
2. Het is volgens de schrijver ("n.m.m." - naar mijn mening) in strijd met het '2e Uitvoeringsbesluit', een specifieke regeling uit die tijd.

De brief breekt af na de woorden "maatregelen te doen", waarbij vermoedelijk "nemen" op de volgende pagina zou staan. De toon is zakelijk en autoritair, passend bij een ambtelijke correspondentie uit de bezettingsjaren. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij-Centrale (N.V.C.) was de centrale organisatie die toezicht hield op de vangst, prijsvorming en distributie van vis.

In 1942 was de schaarste groot. Door vis gerookt aan te bieden in plaats van levend, konden handelaren mogelijk controles omzeilen of hogere prijzen bedingen die buiten de officiële regels vielen. Het "Uitvoeringsbesluit" waarnaar verwezen wordt, maakte deel uit van de complexe regelgeving die zwartmarkthandel moest tegengaan en een eerlijke verdeling onder de bevolking moest waarborgen. De brief toont de actieve controle en de strikte handhaving van deze regels in oorlogstijd.

Samenvatting

De auteur van deze brief klaagt bij de directie van de Nederlandsche Visscherij-Centrale over de werkwijze van visvissers uit Volendam. Hoewel zij hun toegewezen porties aal in Volendam ontvangen om deze vervolgens op de markt in Amsterdam te verkopen, voeren zij deze vis niet levend (vers) aan, maar reeds gerookt.

Volgens de schrijver is dit om twee redenen problematisch:
1. Het schaadt het belang van de voedselvoorziening in Amsterdam.
2. Het is volgens de schrijver ("n.m.m." - naar mijn mening) in strijd met het '2e Uitvoeringsbesluit', een specifieke regeling uit die tijd.

De brief breekt af na de woorden "maatregelen te doen", waarbij vermoedelijk "nemen" op de volgende pagina zou staan. De toon is zakelijk en autoritair, passend bij een ambtelijke correspondentie uit de bezettingsjaren.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de voedselvoorziening streng gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij-Centrale (N.V.C.) was de centrale organisatie die toezicht hield op de vangst, prijsvorming en distributie van vis.

In 1942 was de schaarste groot. Door vis gerookt aan te bieden in plaats van levend, konden handelaren mogelijk controles omzeilen of hogere prijzen bedingen die buiten de officiële regels vielen. Het "Uitvoeringsbesluit" waarnaar verwezen wordt, maakte deel uit van de complexe regelgeving die zwartmarkthandel moest tegengaan en een eerlijke verdeling onder de bevolking moest waarborgen. De brief toont de actieve controle en de strikte handhaving van deze regels in oorlogstijd.

Locaties

Amsterdam (A'dam)

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26