Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 423
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (concept of kopie met correcties).

2 september 1942.

Origineel

Handgeschreven brief (concept of kopie met correcties). 2 september 1942. (Rode aantekening linksboven:)
1 uur
op tramhuis
2/9-’42

(Rode aantekening midden-links:)
46a/466/3

(Hoofdtekst:)

N.R.C.

In antwoord op Uw schrijven d.d. 19-8-’42 no 19038/bevd/Vg en ter bevestiging van het telefonisch onderhoud d.d. 1 dezer met Uwen heer Veldkamp, heb ik de eer U te berichten dat, door omstandigheden buiten de schuld van mijn dienst, een [doorgehaald: rechtvaardige] klacht enerzijds [doorgehaald: van onze zijde is gelegd] ter kennis van mijne centrale blijkt te zijn gebracht. Deze klacht luidde dat de Volendammer kleinhandelaren hun toewijzing aal weliswaar in Volendam ontvangen, doch op de markten te Amsterdam [doorgehaald: moeten verkoop] [doorgehaald: deze] vrijwel nimmer in levenden, doch bijna steeds in gerookten toestand aanvoeren.

Ik nam gaarne nota van de mededeeling van den heer Veldkamp, dat aan het hier bedoelde euvel onmiddellijk een eind zal worden gemaakt.

(Ondertekening:)
(Paraaf/Handtekening onleesbaar)

(Linksonder:)
2/9 ’42 Het document is een zakelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog (september 1942). De afzender reageert op een brief van de N.R.C. (Nieuwe Rotterdamsche Courant) en bevestigt een telefoongesprek met een zekere heer Veldkamp.

De kern van de brief betreft een logistiek en regulatoir probleem in de vishandel. Volendammer handelaren kregen een 'toewijzing' van aal (paling) in hun eigen dorp, maar brachten deze vervolgens naar de Amsterdamse markten. De klacht hield in dat de paling niet levend (zoals waarschijnlijk voorgeschreven of verwacht voor de versmarkt), maar reeds gerookt werd aangevoerd. Dit suggereert een poging om distributieregels te omzeilen of een hogere marge te behalen, aangezien gerookte vis een bewerkt product is. De schrijver meldt dat de heer Veldkamp heeft toegezegd dat er direct een eind aan dit "euvel" zal worden gemaakt. Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een systeem van distributie en 'centrales' (zoals de Rijksbureaus). De handel in vis was aan strenge regels gebonden om de voedselvoorraad te controleren en zwarte handel te voorkomen.

De vermelding van de "N.R.C." duidt erop dat de krant mogelijk als intermediair optrad of dat de klacht via de redactie was binnengekomen. De term "mijne centrale" wijst op een ambtelijke instantie, mogelijk verbonden aan de visserij-inspectie of een distributie-orgaan dat toezicht hield op de marktstromen tussen Volendam en Amsterdam. De aantekening "op tramhuis" suggereert een specifieke locatie van afgifte of een instructie voor de koerier.

Samenvatting

Het document is een zakelijke correspondentie uit de Tweede Wereldoorlog (september 1942). De afzender reageert op een brief van de N.R.C. (Nieuwe Rotterdamsche Courant) en bevestigt een telefoongesprek met een zekere heer Veldkamp.

De kern van de brief betreft een logistiek en regulatoir probleem in de vishandel. Volendammer handelaren kregen een 'toewijzing' van aal (paling) in hun eigen dorp, maar brachten deze vervolgens naar de Amsterdamse markten. De klacht hield in dat de paling niet levend (zoals waarschijnlijk voorgeschreven of verwacht voor de versmarkt), maar reeds gerookt werd aangevoerd. Dit suggereert een poging om distributieregels te omzeilen of een hogere marge te behalen, aangezien gerookte vis een bewerkt product is. De schrijver meldt dat de heer Veldkamp heeft toegezegd dat er direct een eind aan dit "euvel" zal worden gemaakt.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een systeem van distributie en 'centrales' (zoals de Rijksbureaus). De handel in vis was aan strenge regels gebonden om de voedselvoorraad te controleren en zwarte handel te voorkomen.

De vermelding van de "N.R.C." duidt erop dat de krant mogelijk als intermediair optrad of dat de klacht via de redactie was binnengekomen. De term "mijne centrale" wijst op een ambtelijke instantie, mogelijk verbonden aan de visserij-inspectie of een distributie-orgaan dat toezicht hield op de marktstromen tussen Volendam en Amsterdam. De aantekening "op tramhuis" suggereert een specifieke locatie van afgifte of een instructie voor de koerier.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26