Handgeschreven zakelijke brief / rapportage.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief / rapportage. 17 juli 1942. Waarschijnlijk een controleur of handelaar (ondertekend met "w.g. Gaastra"). (Rode tekst is cursief weergegeven)
Mr de Haer!
den heer Insp. v.h. Marktwezen
1/ Donderdag 16 Juli heb ik een
partij aal ontvangen van fa.
W. Roskam & Zn. Zwartsluis.
Deze aal was erg licht en na
onderzoek had ik heel wat aal
tusschen die ondermaatsch was.
De Marechaussee heeft er 18
pond uitgehaald, die onder de
maat waren. [dat is toch
veel te erg] -
Ook had ik 63 pond dunne aal
van B. Kat te Hipolitushoef.
Deze aal was erg dun en zwart
[waar ze hier zoo'n hekel aan
hebben]. De Marechaussee heeft
er 5 pond ondermaatsche aal
uitgehaald. –
Vandaag 17 Juli had ik weer een
partij aal van Roskam. 400 pond.
De marechaussee heeft er 39 pond
ondermaatsche uitgehaald.
[dat is ook wel erg.
Als ze geen betere aal kunnen
zenden, dan kunnen ze deze
ook wel houden.]
Hoogachtend
17-7-42. w.g. Gaastra
202
(In de linkermarge:)
De Heer Stam
moet ditzelfde
constateeren. De brief is een formele klacht over de kwaliteit van visleveringen in de zomer van 1942. De kern van het probleem is de aanwezigheid van "ondermaatsche" aal—paling die kleiner is dan de wettelijk toegestane minimummaat.
De Marechaussee trad in deze periode op als controlerende instantie voor de naleving van distributie- en handelswetten. Uit de tekst blijkt dat zij fysiek aanwezig waren om partijen vis te keuren en illegale (te kleine) vis in beslag te nemen. Er worden twee leveranciers genoemd: de firma W. Roskam & Zn uit Zwartsluis en B. Kat uit Hippolytushoef.
De rode aantekeningen geven een inkijkje in de subjectieve reactie van de inspectie: er wordt met verontwaardiging gereageerd op de hoeveelheid ondermaatse vis en op de specifieke kwaliteit ("dun en zwart"). De opmerking over "de heer Stam" suggereert dat er een tweede getuige of controleur nodig was om de feiten officieel vast te stellen. Dit document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (juli 1942). Tijdens de bezetting was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening. Visserijproducten waren schaars en aan strenge regels gebonden.
Het feit dat er zoveel ondermaatse vis werd geleverd, kan wijzen op overbevissing of een poging van handelaren om ondanks de tekorten toch volume te draaien. De betrokkenheid van de Marechaussee onderstreept de militarisering van de voedselcontrole in oorlogstijd. Dergelijke rapportages waren cruciaal voor het handhaven van de economische ordening en konden leiden tot zware boetes of intrekking van handelsvergunningen voor de genoemde firma's.