Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 321
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële brief/kennisgeving van een gemeentelijke instantie.

11 november 1939 (verzonden op 13 november 1939). Van: De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Aan: Den Heer I. Blits, Waterlooplein 62, Amsterdam-Centrum (Wijk 2).

Origineel

Officiële brief/kennisgeving van een gemeentelijke instantie. 11 november 1939 (verzonden op 13 november 1939). De Directeur (vermoedelijk van de Markthallen of de Marktwezen-afdeling van de gemeente Amsterdam). Den Heer I. Blits, Waterlooplein 62, Amsterdam-Centrum (Wijk 2). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Zen. Mr. de Raer.

[Midden boven:]
VP/HG.

[Linksboven:]
26/69/2 M.

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 13/11-'39

[Rechtsonder de kop:]
11 November 1939.

den Heer I. Blits,
Waterlooplein 62,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 October jl.
bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor in-
williging in aanmerking kan komen. Indien U Uw plaats op de
markt Dapperstraat niet geregeld bezet, zal deze plaats worden
ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van
het Reglement op de Markten.

De Directeur, Dit document is een formele, ambtelijke afwijzing gericht aan de heer I. Blits. Uit de tekst blijkt dat Blits op 26 oktober 1939 een verzoek had ingediend, waarvan de aard niet expliciet wordt genoemd, maar dat te maken heeft met zijn marktplaats op de Dappermarkt.

De toon van de brief is strikt en bureaucratisch. De directeur wijst het verzoek niet alleen af, maar voegt er een waarschuwing aan toe: als de marktplaats niet regelmatig bezet wordt, zal de vergunning worden ingetrokken conform het geldende marktreglement. De handgeschreven aantekeningen ("Zen. Mr. de Raer." en de verzenddatum) zijn typisch voor de administratieve verwerking in een archief uit die tijd. De brief dateert van november 1939, een kritieke periode in de geschiedenis. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de Tweede Wereldoorlog was in september al uitgebroken na de Duitse inval in Polen.

De locatiegegevens zijn historisch zeer relevant. De ontvanger, I. Blits, woonde aan het Waterlooplein 62. Het Waterlooplein vormde in die tijd het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Isaac Blits (geboren in 1883) was een bekende Joodse marktkoopman. De Dapperstraat, waar hij zijn standplaats had, was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties van de stad.

Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie haar regels strikt bleef handhaven, zelfs in een tijd van toenemende internationale spanning en vlak voordat de Joodse bevolking van Amsterdam door de bezetter systematisch uit het economische en openbare leven zou worden verdreven.

Samenvatting

Dit document is een formele, ambtelijke afwijzing gericht aan de heer I. Blits. Uit de tekst blijkt dat Blits op 26 oktober 1939 een verzoek had ingediend, waarvan de aard niet expliciet wordt genoemd, maar dat te maken heeft met zijn marktplaats op de Dappermarkt.

De toon van de brief is strikt en bureaucratisch. De directeur wijst het verzoek niet alleen af, maar voegt er een waarschuwing aan toe: als de marktplaats niet regelmatig bezet wordt, zal de vergunning worden ingetrokken conform het geldende marktreglement. De handgeschreven aantekeningen ("Zen. Mr. de Raer." en de verzenddatum) zijn typisch voor de administratieve verwerking in een archief uit die tijd.

Historische Context

De brief dateert van november 1939, een kritieke periode in de geschiedenis. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de Tweede Wereldoorlog was in september al uitgebroken na de Duitse inval in Polen.

De locatiegegevens zijn historisch zeer relevant. De ontvanger, I. Blits, woonde aan het Waterlooplein 62. Het Waterlooplein vormde in die tijd het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Isaac Blits (geboren in 1883) was een bekende Joodse marktkoopman. De Dapperstraat, waar hij zijn standplaats had, was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties van de stad.

Dit document illustreert hoe de gemeentelijke bureaucratie haar regels strikt bleef handhaven, zelfs in een tijd van toenemende internationale spanning en vlak voordat de Joodse bevolking van Amsterdam door de bezetter systematisch uit het economische en openbare leven zou worden verdreven.