Zakelijke brief (doorslag van een getypt origineel).
Origineel
Zakelijke brief (doorslag van een getypt origineel). 11 november 1939. Directeur van de Markten (Amsterdam). Den Heer I. Blits, Waterlooplein 62, Amsterdam-Centrum. [Rechtsboven handgeschreven:]
Zen Mr. de Paer.
[Middenboven getypt:]
VP/HG. [Handgeschreven:] extra.
[Linksboven getypt:]
26/69/2 M.
[Rechtsgetypt:]
11 November 1939.
[Geadresseerde:]
den Heer I. Blits,
Waterlooplein 62,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.
[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 26 October jl.
bericht ik U, dat het daarin vervatte verzoek niet voor in-
williging in aanmerking kan komen. Indien U Uw plaats op de
markt Dapperstraat niet geregeld bezet, zal deze plaats worden
ingetrokken, overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van
het Reglement op de Markten.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Onderwerp: Afwijzing van een ongespecificeerd verzoek en een officiële waarschuwing betreffende een marktstandplaats op de Dappermarkt.
* Toon: Formeel, ambtelijk en dwingend. De brief herinnert de ontvanger aan de strikte regels van het 'Reglement op de Markten'.
* Taalgebruik: Typisch voor de vooroorlogse bureaucratie, met archaïsche spelling (zoals "October") en formele zinsconstructies ("vervatte verzoek", "inwilliging in aanmerking").
* Fysieke staat: De tekst is goed leesbaar; het betreft een doorslag (carbonkopie), herkenbaar aan de iets vagere, paars-grijze inkt van de typemachine. * Historische context: De brief is gedateerd op 11 november 1939. Nederland was op dat moment nog neutraal, maar de Tweede Wereldoorlog was in omringende landen al twee maanden aan de gang. De spanning in Nederland nam toe, ook op economisch gebied.
* Geografische context: De ontvanger, I. Blits, woonde op het Waterlooplein, het hart van de toenmalige Joodse buurt in Amsterdam. De standplaats waarover gesproken wordt, bevond zich op de Dapperstraat (Dappermarkt) in Amsterdam-Oost.
* Betekenis: Voor veel Amsterdamse Joden was de handel op de markt de primaire bron van inkomsten. De dreiging van het intrekken van een standplaats ("niet geregeld bezet") was een zware sanctie. Isaac Blits (1893-1943) was een bekende marktkoopman; archieven wijzen uit dat hij en zijn gezin later tijdens de bezetting slachtoffer werden van de Holocaust. Dit document illustreert de strikte handhaving van regels waarmee marktkooplieden te maken hadden vlak voor de bezettingsjaren.