Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 552
Dossier 104
Jaar 1942
Stadsarchief

Zakelijke correspondentie / Brief

30 juli 1942 Van: Waarschijnlijk J.H. Stam (gezien de ondertekening)

Origineel

Zakelijke correspondentie / Brief 30 juli 1942 Waarschijnlijk J.H. Stam (gezien de ondertekening) In de linkermarge staat diagonaal geschreven:
Vloeiboek

In de linkerbenedenmarge staat verticaal en diagonaal bijgeschreven door een andere hand:
dus kunnen niets bewijzen!
m.i. moet Gem. uit potje "lost aal" van B. Visser vergoeden! [ondertekening onleesbaar]

Hoofdtekst:
Amsterdam 30 Juli 1942.

WelEdHeer.
S. H. de Haer.
Insp: Marktwezen
Amsterdam.

28 Meij l.l. hebben wij ontvangen van B. Visser Enkhuizen 8 bakjes lev. aal à 40 pond is 320 pond. Op de vrachtbrief stonden 9 bakjes aal à 40 pond is 360 pond, maar wij hebben absoluut 8 bakjes ontvangen, dus er was een bakje te kort.

Nu is het jammer, wij hebben daar geen manco briefje van gekregen van het Spoor en door den zeer drukken dag hebben wij er later niet meer aangedacht. Wij hebben op de adviesbrief aan B. Visser gemeld dat wij maar 8 bakjes aal hebben ontvangen en dat hij over de 9e bak moet reclameeren bij de Spoorwegen. Dat heeft Visser gedaan maar nu krijgt hij een afwijzend antwoord en het Spoor schrijft dat zij hieraan geen schuld heeft, dat begrijp ik niet, wij hebben maar 8 bakjes ontvangen en hier is niets weggeraakt. De vrachtbrief en de nota van B. Visser is nog bij de Spoorweg Mij. Volgens mij heeft de Spoorweg Mij. wel degelijk schuld hieraan maar wil dit van hun afschrijven.

Hoogachtend
[Handtekening: J.H. Stam] Het document is een zakelijk schrijven binnen de administratie van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is een logistiek geschil:
1. Het incident: Op 28 mei 1942 werd een zending levende aal vanuit Enkhuizen (verzonden door B. Visser) ontvangen. Hoewel er 9 bakjes op de vrachtbrief stonden, kwamen er slechts 8 aan.
2. De fout: De ontvanger heeft verzuimd direct een officieel 'manco-briefje' (bewijs van tekort) bij de spoorwegen aan te vragen, naar eigen zeggen door de drukte van de dag.
3. Het conflict: De leverancier (Visser) probeert de schade te verhalen op de Spoorwegen, maar zij wijzen de claim af omdat er geen officieel bewijs van het manco is genoteerd bij aankomst.
4. De annotatie: De kantlijnnotitie (waarschijnlijk van de inspecteur of een directe superieur) is cruciaal. Deze stelt vast dat er door het ontbreken van bewijs juridisch niets te halen valt bij de spoorwegen, en adviseert de gemeente ('Gem.') om de schade aan de leverancier te vergoeden uit een speciaal potje voor vermiste waar ("lost aal"). Dit document stamt uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de controle daarop (het Marktwezen) van vitaal belang en aan strikte regels gebonden. De transportsector, waaronder de Nederlandse Spoorwegen (NS), stond onder grote druk.

Het feit dat er correspondentie wordt gevoerd over een enkel bakje aal van 40 pond toont de nauwkeurigheid van de administratie in oorlogstijd aan; elke pond voedsel was kostbaar. Daarnaast illustreert de informele oplossing in de kantlijn (het vergoeden uit een 'potje') de pragmatische omgang met bureaucratische fouten binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam om de relatie met leveranciers uit vitale visserijplaatsen zoals Enkhuizen goed te houden.

Samenvatting

Het document is een zakelijk schrijven binnen de administratie van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is een logistiek geschil:
1. Het incident: Op 28 mei 1942 werd een zending levende aal vanuit Enkhuizen (verzonden door B. Visser) ontvangen. Hoewel er 9 bakjes op de vrachtbrief stonden, kwamen er slechts 8 aan.
2. De fout: De ontvanger heeft verzuimd direct een officieel 'manco-briefje' (bewijs van tekort) bij de spoorwegen aan te vragen, naar eigen zeggen door de drukte van de dag.
3. Het conflict: De leverancier (Visser) probeert de schade te verhalen op de Spoorwegen, maar zij wijzen de claim af omdat er geen officieel bewijs van het manco is genoteerd bij aankomst.
4. De annotatie: De kantlijnnotitie (waarschijnlijk van de inspecteur of een directe superieur) is cruciaal. Deze stelt vast dat er door het ontbreken van bewijs juridisch niets te halen valt bij de spoorwegen, en adviseert de gemeente ('Gem.') om de schade aan de leverancier te vergoeden uit een speciaal potje voor vermiste waar ("lost aal").

Historische Context

Dit document stamt uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en de controle daarop (het Marktwezen) van vitaal belang en aan strikte regels gebonden. De transportsector, waaronder de Nederlandse Spoorwegen (NS), stond onder grote druk.

Het feit dat er correspondentie wordt gevoerd over een enkel bakje aal van 40 pond toont de nauwkeurigheid van de administratie in oorlogstijd aan; elke pond voedsel was kostbaar. Daarnaast illustreert de informele oplossing in de kantlijn (het vergoeden uit een 'potje') de pragmatische omgang met bureaucratische fouten binnen het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam om de relatie met leveranciers uit vitale visserijplaatsen zoals Enkhuizen goed te houden.

Locaties

Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26