Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 572
Dossier 24
Jaar 1942
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief/rapportage.

25 juli 1942. Van: Hoofdbureau van Politie, Staf der Ordepolitie, Afd. S.I. (Amsterdam).

Origineel

Afschrift van een officiële brief/rapportage. 25 juli 1942. Hoofdbureau van Politie, Staf der Ordepolitie, Afd. S.I. (Amsterdam). A f s c h r i f t .

Hoofdbureau van Politie 46a/503/1
.
Staf der Ordepolitie.

Afd.S.I. Amsterdam, 25 Juli 1942.
No.643 L.M.1942.
================

Onder terugzending van bijgaande klacht van J.A.Kaesemacher
Daniel Stalpertstraat 24 III, alhier, mij in handen gesteld
bij Uw kantbeschikking No.877 A.Z. d.d. 14 dezer, heb i, de e
eer Edelachtbare te berichten, dat bij een ingesteld onder-
zoek is komen vast te staan, dat in het onderwerpelijke geval
van een exces niet kan worden gesproken. Door den Chef-markt-
meester van de markt Albert Cuypstraat is verklaard, dat de
verkoop van de aangevoerde aal streng door de marktmeesters
wordt gecontrôleerd, zoodat het brengen van aal in den zwar-
ten handel uitgesloten moet worden geacht. Wel wordt door de
verkoopers en hun helpers meermalen een maaltje voor eigen
gebruik achtergehouden, terwijl ook wel eens, bij voldoenden
aanvoer, een portie voor de agenten, belast met de ordehand-
having op de markt, wordt gereserveerd.

Het ingestelde onderzoek geeft mij geen aanleiding tot bij-
zondere maatregelen. Tegen excessen bij den verkoop van aal
wordt dezerzijds streng gewaakt.

Klager is met een en ander inkennis gesteld en hem is toege-
zegd, dat naar een regeling wordt gestreefd om ieder tevreden
te stellen.

Aan den Heer Burgemeester
A l h i e r . In dit document rapporteert de Ordepolitie aan de burgemeester van Amsterdam over een onderzoek naar aanleiding van een klacht van een burger (J.A. Kaesemacher). De klacht betrof vermoedelijk onregelmatigheden of zwarte handel bij de verkoop van paling (aal) op de Albert Cuypmarkt.

De conclusie van de politie is dat er geen sprake is van "excessen". Hoewel wordt toegegeven dat handelaren vis achterhouden voor eigen gebruik én dat er porties worden gereserveerd voor de dienstdoende politieagenten (bij voldoende aanvoer), wordt dit niet als problematisch beschouwd. De politie stelt dat de marktmeesters streng controleren en dat zwarte handel daarom uitgesloten is. Het onderzoek wordt gesloten zonder verdere maatregelen, en de klager is met een algemene belofte ("ieder tevreden te stellen") afgewimpeld. Het document dateert van juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan voedsel toe en werd de distributie steeds strenger gereguleerd. De "zwarte handel" was een wijdverbreid fenomeen waar de autoriteiten officieel hard tegen optraden.

Opvallend in dit document is de openheid over het feit dat politieagenten "een portie" vis kregen toegeschoven. In een tijd van toenemende honger en tekorten was dit een vorm van kleine corruptie of begunstiging die door de leiding van de Ordepolitie blijkbaar werd getolereerd of goedgepraat onder het mom van "ordehandhaving". De Daniel Stalpertstraat, waar de klager woonde, ligt direct achter de Albert Cuypstraat, wat verklaart waarom deze burger nauwlettend toezag op wat er op de markt gebeurde.

Samenvatting

In dit document rapporteert de Ordepolitie aan de burgemeester van Amsterdam over een onderzoek naar aanleiding van een klacht van een burger (J.A. Kaesemacher). De klacht betrof vermoedelijk onregelmatigheden of zwarte handel bij de verkoop van paling (aal) op de Albert Cuypmarkt.

De conclusie van de politie is dat er geen sprake is van "excessen". Hoewel wordt toegegeven dat handelaren vis achterhouden voor eigen gebruik én dat er porties worden gereserveerd voor de dienstdoende politieagenten (bij voldoende aanvoer), wordt dit niet als problematisch beschouwd. De politie stelt dat de marktmeesters streng controleren en dat zwarte handel daarom uitgesloten is. Het onderzoek wordt gesloten zonder verdere maatregelen, en de klager is met een algemene belofte ("ieder tevreden te stellen") afgewimpeld.

Historische Context

Het document dateert van juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de schaarste aan voedsel toe en werd de distributie steeds strenger gereguleerd. De "zwarte handel" was een wijdverbreid fenomeen waar de autoriteiten officieel hard tegen optraden.

Opvallend in dit document is de openheid over het feit dat politieagenten "een portie" vis kregen toegeschoven. In een tijd van toenemende honger en tekorten was dit een vorm van kleine corruptie of begunstiging die door de leiding van de Ordepolitie blijkbaar werd getolereerd of goedgepraat onder het mom van "ordehandhaving". De Daniel Stalpertstraat, waar de klager woonde, ligt direct achter de Albert Cuypstraat, wat verklaart waarom deze burger nauwlettend toezag op wat er op de markt gebeurde.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26