Afschrift van een getypte brief (klachtenbrief).
Origineel
Afschrift van een getypte brief (klachtenbrief). J.A. Kaesemacher, wonende aan de Dan Stalperstraat 24 III, Amsterdam. No.643 L.M. 1942 8/7 16 Juli 1942
A F S C H R I F T .
Amsterdam 7/7/42
Wel.Edele Heer.
Met deze verzoekt ondergetekende beleefd, om een einde te maken aan eenige ongerechtigheden op den maekt Albert Cuijpstraat, en wel speciaal met den aalverkoop. Den Politie handhaaft er den orde, maar den aal wordt het allereerst afgewogen voor den Agenten, terwijl de vrouwen om halfdrie in de rij moeten staan, willen zij een pondje machtig worden, wat natuurlijk strafbaar is, om vier uur mogen zij eerst op straat, dus riskeeren zij ook nog een bekeuring. Doordat den Agenten de voorkeur hebben, kunnen de handelaren doen wat zij willen, en zoo is het dan ook mogelijk dat een handelaar van zijn toewijzing van 40 pond b.v. maar 12 pond verkoopt. Zoodat tientallen van vrouwen voor niets hun nachtrust en een eventueele bekeuring riskeeren. Den Heeren handelaren verkopen hun aal leiver voor clandestiene prijzen
Heil Hitler.
w.g. J.A.Kaesemacher.
Dan Stalperstraat 24 III
Amsterdam. * Taal en Spelling: Het document bevat enkele archaïsche spellingen en typfouten die kenmerkend zijn voor de periode of de haast van de schrijver (bijv. "maekt" in plaats van markt, "leiver" in plaats van liever, en "Dan Stalperstraat" in plaats van Daniel Stalpertstraat).
* Inhoud: De kern van de klacht is de schaarste en de oneerlijke verdeling van voedsel (aal/paling). De schrijver klaagt dat politieagenten de eerste keus krijgen, waardoor handelaren de rest van de voorraad op de zwarte markt ("clandestiene prijzen") kunnen verkopen in plaats van aan de burgers in de rij.
* Tijdsbeeld: De brief illustreert de spanningen rondom de avondklok en distributie. Vrouwen staan om half drie 's nachts al in de rij (onderstreept voor nadruk), terwijl zij pas vanaf vier uur op straat mogen zijn. Zij riskeren dus een bekeuring enkel om een kans op voedsel te maken.
* Ideologische context: De afsluiting "Heil Hitler" is typerend voor de periode. Het kan duiden op nazi-sympathieën van de afzender, of het was een strategische keuze om de klacht serieus te laten nemen door de autoriteiten van de bezetter of collaborerende instanties. In 1942 was de voedselschaarste in bezet Nederland al aanzienlijk en de zwarte handel floreerde. De Albert Cuypmarkt in de Amsterdamse wijk De Pijp was een centraal punt voor deze handel. Klachten over corruptie bij de politie en handhaving waren niet ongewoon; agenten maakten soms misbruik van hun machtspositie om zelf aan schaarse goederen te komen in ruil voor het 'gedogen' van onregelmatigheden door handelaren. De afzender woonde in de Daniel Stalpertstraat, een zijstraat van de markt, en was dus een direct omwonende getuige van deze praktijken.