Handgeschreven brief / ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven brief / ambtelijke notitie. 8 november 1939. J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder). Dappersstraat
8 Nov: 1939
Den Heer
Inspecteur
Daar de echtgenoote van Dhr: S. v. Engel pl: n: 117,
kort geleden overleden is, zou het m: i: wel
aanbeveling verdienen, het verzoek van Dhr:
v: Engel om hulp van zijn dochter, aan zijn
stal toe te staan -
J. Renz
Naam assistente
Judith Johanna v: Engel
geb: 17-10-1923. Het document is een aanbeveling om een vergunning te verlenen voor een assistente bij een marktkraam. De belangrijkste elementen zijn:
* Aanleiding: Het recente overlijden van de echtgenote van de koopman, Salomon van Engel (aangeduid als Dhr. S. v. Engel). De term "echtgenoote" is in de toen gangbare spelling geschreven.
* Locatie: "pl: n: 117" verwijst naar standplaats nummer 117 op de Dappermarkt.
* Verzoek: De koopman vraagt toestemming om zijn dochter als hulp bij zijn "stal" (marktkraam) te laten werken.
* Terminologie: De afkorting "m: i:" staat voor "mijns inziens". De schrijver, J. Renz, ondersteunt het verzoek van de koopman expliciet.
* Persoonsgegevens: De dochter wordt onderaan vermeld als Judith Johanna v. Engel, geboren op 17 oktober 1923. Zij was op het moment van schrijven 16 jaar oud. Dit document biedt een tragisch en persoonlijk inkijkje in het leven van een Joods gezin in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.
* Familie: Uit archiefbronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat de echtgenote van Salomon van Engel, Clara van Engel-Wurms, inderdaad overleed op 31 oktober 1939, slechts enkele dagen voor deze brief werd geschreven.
* De oorlog: De brief is opgesteld in november 1939, tijdens de mobilisatieperiode. De Dapperbuurt had een grote Joodse populatie.
* Lotgevallen: Historische gegevens bevestigen dat zowel de vader (Salomon) als de dochter die in dit document genoemd wordt (Judith Johanna), de Holocaust niet hebben overleefd. Judith werd in 1942 in Auschwitz vermoord. Het document toont de laatste periode van relatieve normaliteit en de dagelijkse strijd om het voortbestaan van een familiebedrijf na een persoonlijk verlies. Daar de (Inspecteur) J. Renz