Archief 745
Inventaris unknown_deel
Pagina 524
Dossier 108
Stadsarchief

Administratieve lijst (waarschijnlijk een uittreksel uit de administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam).

Origineel

Administratieve lijst (waarschijnlijk een uittreksel uit de administratie van de Joodse Raad voor Amsterdam). Arbeiders aangewezen te vertrekken naar. STUIFZAND [stempel]
doch niet gegaan.

Naam Adres. geb. dd. Stam Nº Aangewezen te vertrekken dd. [Opmerkingen]
v.d. Kar. J. Nw. Prinsengr. 102 ^III 11/5 - 93 110593 ^9/42 4-8-42 Vertrekt naar Duitschland.
Koopman C. St. Ant. Breestr. 58 ^II 20-11-90 201190 4-8- zich.
  1. J. van der Kar (geboren 11 mei 1893): Woonachtig op de Nieuwe Prinsengracht 102, driehoog. Achter zijn naam staat genoteerd: "Vertrekt naar Duitschland". In de context van 1942 betekende dit vaak dat de persoon op een directe transportlijst naar de kampen in het oosten stond, waardoor tewerkstelling in een Nederlands werkkamp kwam te vervallen.
  2. C. Koopman (geboren 20 november 1890): Woonachtig op de Sint Antoniesbreestraat 58, tweehoog. De opmerking "zich." is beknopt; het kan duiden op "houdt zich schuil" of is een restant van een langere aantekening (zoals "meldt zich").

Opvallend is het administratieve systeem waarbij het "Stam Nº" direct is afgeleid van de geboortedatum (bijv. 11-05-93 wordt 110593). Stuifzand was een werkkamp in de gemeente Ruinen (Drenthe), oorspronkelijk opgezet voor de werkverschaffing, maar vanaf begin 1942 exclusief gebruikt als Joods werkkamp. Joodse mannen werden hierheen gestuurd om zware dwangarbeid te verrichten, zoals het ontginnen van heidegrond.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens Jom Kippoer) werden alle Joodse werkkampen in Nederland door de bezetter omsingeld. De mannen werden naar kamp Westerbork afgevoerd onder het voorwendsel van "gezinshereniging", waarna de meesten direct werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Dit document toont de bureaucratische controle over deze groep mensen in de maanden voorafgaand aan deze definitieve ontruiming.

Samenvatting

Dit document registreert twee Joodse Amsterdammers die op 4 augustus 1942 naar het werkkamp Stuifzand hadden moeten vertrekken, maar om administratieve redenen uit de lijst zijn geschrapt:

  1. J. van der Kar (geboren 11 mei 1893): Woonachtig op de Nieuwe Prinsengracht 102, driehoog. Achter zijn naam staat genoteerd: "Vertrekt naar Duitschland". In de context van 1942 betekende dit vaak dat de persoon op een directe transportlijst naar de kampen in het oosten stond, waardoor tewerkstelling in een Nederlands werkkamp kwam te vervallen.
  2. C. Koopman (geboren 20 november 1890): Woonachtig op de Sint Antoniesbreestraat 58, tweehoog. De opmerking "zich." is beknopt; het kan duiden op "houdt zich schuil" of is een restant van een langere aantekening (zoals "meldt zich").

Opvallend is het administratieve systeem waarbij het "Stam Nº" direct is afgeleid van de geboortedatum (bijv. 11-05-93 wordt 110593).

Historische Context

Stuifzand was een werkkamp in de gemeente Ruinen (Drenthe), oorspronkelijk opgezet voor de werkverschaffing, maar vanaf begin 1942 exclusief gebruikt als Joods werkkamp. Joodse mannen werden hierheen gestuurd om zware dwangarbeid te verrichten, zoals het ontginnen van heidegrond.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 (tijdens Jom Kippoer) werden alle Joodse werkkampen in Nederland door de bezetter omsingeld. De mannen werden naar kamp Westerbork afgevoerd onder het voorwendsel van "gezinshereniging", waarna de meesten direct werden gedeporteerd naar de vernietigingskampen. Dit document toont de bureaucratische controle over deze groep mensen in de maanden voorafgaand aan deze definitieve ontruiming.