Archief 745
Inventaris 745-278
Pagina 37
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven nota of adviesstuk (pagina III van een groter geheel).

Origineel

Handgeschreven nota of adviesstuk (pagina III van een groter geheel). [Linksboven:] III

gunningen te verleenen aan plaatshouders voor
compagnons kan m.i. niet in het belang der
markten in het algemeen zijn.
Bovendien wordt er thans ongewild met
twee maten gemeten, omdat het altijd niet
doenlijk is, precies na te gaan of iemand
assistent of compagnon is.
Wel zijn mij uit de praktijk op de A.C. markt
verschillende compagnon[schap]s-gevallen bekend, waardoor
stallen met handelsartikelen de markt sieren, die
er anders niet gekomen zouden zijn, terwijl de
belanghebbenden nimmer steun [voor] of wachtgeld
ontvangen. Alzoo een dubbel voordeel, waarboven-
dien niemand schaadt, behalve de kooplieden met de
z.g.n. „groote oogen.”
Dit geval wijst er tevens weer op, van hoe’n
groot belang het is, dat [voor] elke markt aparte
reglementsbepalingen worden vastgesteld, zoodat
„praktijkklachten” aan de hand van deze nieuwe
bepalingen kunnen worden onderzocht en
afgedaan.
Inmiddels komt mij een ongelimiteerde assisten-
tiebevrediging, zooals verzocht wordt, in het belang
der orde op de A.C. markt niet gewenscht voor [voor] een
ruime toepassing van assistentieverleening op markten
als de Albert Cuypstraat m.i. alleen voordeel voor In dit document adviseert de schrijver over de regulering van marktplaatsen, specifiek met betrekking tot de Albert Cuypmarkt ("A.C. markt"). De kernpunten zijn:

  1. Problematiek rondom 'compagnons': De schrijver stelt dat het verlenen van vergunningen aan compagnons van plaatshouders problematisch is omdat het onderscheid tussen een assistent en een compagnon in de praktijk moeilijk te controleren is. Dit leidt tot rechtsongelijkheid ("met twee maten gemeten").
  2. Positieve keerzijde: Er wordt echter ook opgemerkt dat sommige compagnonschappen juist bijdragen aan de kwaliteit en variatie van de markt zonder dat deze mensen aanspraak maken op financiële steun of wachtgeld van de gemeente. Dit schaadt volgens de schrijver niemand, behalve de jaloerse kooplieden (met de "groote oogen").
  3. Pleidooi voor specifieke regels: De schrijver pleit sterk voor markt-specifieke reglementen. Algemene regels volstaan niet; om "praktijkklachten" goed te kunnen afhandelen, zijn bepalingen nodig die zijn toegesneden op de specifieke situatie van een individuele markt.
  4. Beperking assistentie: Tot slot waarschuwt de schrijver tegen een "ongelimiteerde" toename van assistenten. Hoewel assistentie nuttig is, moet dit op een drukke markt als de Albert Cuyp beperkt blijven om de orde te handhaven. Dit document maakt deel uit van de historische administratie rondom de Amsterdamse markten, waarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Marktwezen of een adviserend orgaan van de gemeente. De Albert Cuypmarkt, opgericht in 1905, groeide in de vroege 20e eeuw snel uit tot de belangrijkste markt van de stad. Deze groei bracht handhavingsproblemen met zich mee, zoals illegale onderverhuur onder de noemer van 'compagnonschap'.

De tekst weerspiegelt de overgangsfase waarin het marktwezen professionaliseerde en bureaucratiseerde. De schrijver probeert een balans te vinden tussen strikte handhaving van regels en de economische realiteit op de werkvloer, waarbij informele afspraken soms voordelig konden zijn voor het aanzien van de markt. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". De spelling (zoals "zoodat" en "groote") duidt op een tekst van vóór de spellinghervorming van 1947 (spelling-Marchant).

Samenvatting

In dit document adviseert de schrijver over de regulering van marktplaatsen, specifiek met betrekking tot de Albert Cuypmarkt ("A.C. markt"). De kernpunten zijn:

  1. Problematiek rondom 'compagnons': De schrijver stelt dat het verlenen van vergunningen aan compagnons van plaatshouders problematisch is omdat het onderscheid tussen een assistent en een compagnon in de praktijk moeilijk te controleren is. Dit leidt tot rechtsongelijkheid ("met twee maten gemeten").
  2. Positieve keerzijde: Er wordt echter ook opgemerkt dat sommige compagnonschappen juist bijdragen aan de kwaliteit en variatie van de markt zonder dat deze mensen aanspraak maken op financiële steun of wachtgeld van de gemeente. Dit schaadt volgens de schrijver niemand, behalve de jaloerse kooplieden (met de "groote oogen").
  3. Pleidooi voor specifieke regels: De schrijver pleit sterk voor markt-specifieke reglementen. Algemene regels volstaan niet; om "praktijkklachten" goed te kunnen afhandelen, zijn bepalingen nodig die zijn toegesneden op de specifieke situatie van een individuele markt.
  4. Beperking assistentie: Tot slot waarschuwt de schrijver tegen een "ongelimiteerde" toename van assistenten. Hoewel assistentie nuttig is, moet dit op een drukke markt als de Albert Cuyp beperkt blijven om de orde te handhaven.

Historische Context

Dit document maakt deel uit van de historische administratie rondom de Amsterdamse markten, waarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Marktwezen of een adviserend orgaan van de gemeente. De Albert Cuypmarkt, opgericht in 1905, groeide in de vroege 20e eeuw snel uit tot de belangrijkste markt van de stad. Deze groei bracht handhavingsproblemen met zich mee, zoals illegale onderverhuur onder de noemer van 'compagnonschap'.

De tekst weerspiegelt de overgangsfase waarin het marktwezen professionaliseerde en bureaucratiseerde. De schrijver probeert een balans te vinden tussen strikte handhaving van regels en de economische realiteit op de werkvloer, waarbij informele afspraken soms voordelig konden zijn voor het aanzien van de markt. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". De spelling (zoals "zoodat" en "groote") duidt op een tekst van vóór de spellinghervorming van 1947 (spelling-Marchant).

Gerelateerde Documenten 3