Administratieve notitie / ambtelijk advies.
Origineel
Administratieve notitie / ambtelijk advies. 6 november 1939. te doen fungeeren, omdat mijn vrouw zich er-
tegen inwilliging van het verzoek als zoodanig
bestaat mi. bezwaar omreden een precedent gesteld
wordt, waar anderen zich op beroepen kunnen.
Bovendien heeft het den schijn, dat de zoon aan
werk geholpen moet worden, daar C. Jelder in den
regel alleen donderdags zijn vaste plaats bezet.
Volgens mededeeling van den ambtenaar
Bakker is thans de bedoeling van C. Jelder
om zich te doen bijstaan door een knecht,
nl. door: Harry Overste, geb. 14 Mei 22.
Waar zulks, voorzover door mij is na te gaan,
een gewoon bijstandgeval betreft, kan mi. het
verzoek als zoodanig worden ingewilligd.
De naam van den toekomstigen assistent is
alsdan: zie boven.
Amst. 6 Nov. 39
[Handtekening, mogelijk G. Morssinkhof] De tekst betreft een ambtelijke beoordeling van een verzoek door een zekere C. Jelder om een assistent (knecht) te mogen aanstellen. Uit de tekst blijkt een aanvankelijke terughoudendheid bij de opsteller van het stuk. De bezwaren waren tweeledig:
1. Precedentwerking: Men vreesde dat goedkeuring zou leiden tot soortgelijke verzoeken van anderen.
2. Vermoeden van oneigenlijk gebruik: Het leek erop dat Jelder enkel een baan wilde creëren voor zijn zoon, aangezien Jelder zelf slechts op donderdagen zijn vaste standplaats bezette.
Na informatie te hebben ingewonnen bij een collega (ambtenaar Bakker), wijzigt het standpunt. De beoogde hulp is Harry Overste, een jongeman van 17 jaar. Omdat het nu getypeerd wordt als een "gewoon bijstandgeval" (een standaard verzoek om hulp bij de uitoefening van het beroep), adviseert de opsteller het verzoek alsnog in te willigen. Dit document stamt uit november 1939, een periode waarin de Amsterdamse markt- en straathandel strikt gereguleerd was. De "vaste plaats" verwijst vrijwel zeker naar een marktstandplaats. De gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de Dienst der Marktwezen) hield nauwgezet toezicht op vergunninghouders om te voorkomen dat standplaatsen onbeheerd bleven of dat de handelsprivileges zonder toestemming werden overgedragen aan derden. Het proces van het aanvragen van een 'knecht' of helper was aan strenge regels gebonden om de eerlijkheid op de markt te bewaren. De formele taal en de afkorting "mi." (mijns inziens) zijn typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd. C. Jelder G. Morssinkhof Gemeente Amsterdam Marktwezen