Archiefdocument
Origineel
20 oktober 1939 (stempel), rapport gedateerd op 25 oktober 1939, afhandeling op 27 oktober 1939. [Stempel rechtsboven: № 25/203/1 M. 1939 20/10]
Onderwerp:
Assistentie marktplaats:
houders zonder toestemming.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
Rapport
De navolgende v.p.l-h [vaste plaatshouders], allen kooplieden in wild en gevogelte, lieten zich op Zaterdag 21 October aspireren zonder toestemming:
1e. G. van Gelder, Roerstraat 117 (№ 161 – 25/203/2)
2e. Echtgen. van J. Reijne (man in mil. dienst), 3e Oosterparkstr. (№ 163 – 25/203/3)
3e. G. Onrust, Muidende A 283 Oostzaan (№ 167 – 25/203/4)
Bovendien heeft Onrust zijn plaats op een ontoelaatbare wijze verlaten, door het slachtafval op den openbaren weg achter te laten, zoodat de ingewanden tot op den rijweg verspreid lagen.
Verzochte maatregelen Uz. [Uwenzijds]
In verband met het bovenstaande verzoek ik U de kooplieden Reijne en Onrust te waarschuwen en G. v Gelder voorwaardelijk 1 dag te straffen.
25-10-39
[Handtekening, mogelijk: de Main]
[Rechtsonder in ander handschrift:]
Waarschuwingen en voorw. straf berichten.
27-10-'39
[Initialen] Het document is een ambtelijk rapport van een marktmeester of controleur aan de Inspecteur van het Marktwezen. De kern van de rapportage betreft drie handelaren in wild en gevogelte die op zaterdag 21 oktober 1939 zonder de vereiste vergunning of toestemming een standplaats hebben ingenomen ("aspireren").
Er wordt specifiek melding gemaakt van een ernstige overtreding door de handelaar G. Onrust. Hij heeft zijn standplaats vervuild achtergelaten met slachtafval (ingewanden), wat als "ontoelaatbaar" wordt bestempeld.
De voorgestelde sancties zijn relatief mild: een waarschuwing voor Reijne en Onrust, en een voorwaardelijke schorsing van één dag voor Van Gelder. De aantekening onderaan bevestigt dat deze maatregelen op 27 oktober zijn uitgevoerd/verzonden. Dit document stamt uit oktober 1939, de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog (de "Schemeroorlog"). Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de mobilisatie in volle gang. Dit is direct terug te zien in de notitie bij de tweede handelaar: "man in mil. dienst". De echtgenote dreef de handel waarschijnlijk waar terwijl haar man als soldaat diende.
De adressen (Roerstraat, 3e Oosterparkstraat) duiden op Amsterdam. De Roerstraat ligt in de Rivierenbuurt, wat suggereert dat de overtreding mogelijk plaatsvond op een markt in Amsterdam-Zuid of de nabijgelegen Albert Cuypmarkt. Het document geeft een inkijkje in de strikte handhaving van hygiëne en vergunningen op de markt in een tijd van toenemende schaarste en maatschappelijke spanning.